Persconferentie Mobiliteitsnetwerk Brussel-Brabant

Joost woont in Kraainem, maar werkt in Asse. Dagelijks legt hij 27 kilometer af van thuis tot aan zijn werk, met de wagen. Daar doet hij ongeveer 45 minuten over. De structurele file tussen Strombeek en Wemmel zorgt elke dag voor minstens 10 minuten vertraging.  Vaak is dat veel meer bij ongevallen of slecht weer. ’s Avonds, in het terugkeren stellen er zich heel wat problemen, vanaf Grimbergen tot Sint-Stevens-Woluwe. Die problemen zijn de laatste jaren sterk toegenomen. Joost doet er geregeld een uur over, nog steeds voor een afstandje van maar 27 kilometer.

Bjorn woont in Lennik en werkt in Diegem aan de Woluwelaan. Als hij met het openbaar vervoer wil gaan, doet hij er gemiddeld een uur en 10 minuten over. Hij neemt de trein in Dilbeek om 7.33 (eerst nog plaats zoeken aan het station, stapt over in Brussel noord en neemt vanuit Vilvoorde de bus. Hij komt aan in Diegem, om 8.20u. Dan is het nog tien minuutjes stappen tot aan zijn kantoor.  In dit scenario heeft hij geen enkele aansluiting gemist en geen vertraging opgelopen met de trein. Gelukkig maar, want de eerstvolgende trein komt pas om 7.54u.

Dit zijn twee concrete voorbeelden, van hoe de dagelijkse verplaatsingen eruit zien van veel personen die in en rond Brussel werken. De verbindingen rand - Brussel laten te wensen over en voor verplaatsingen rand - rand zijn veel mensen aangewezen op de wagen.

Brussel en haar Vlaamse rand produceren ongeveer 1/3 van onze welvaart. Dagelijks pendelen er zo’n 360.000 mensen naar Brussel. 223.000 onder hen doen dat met de wagen. Brussel is de filehoofdstad van Europa.

Van de 25 punten met het meeste file in het Vlaams Gewest, liggen er 12 op de ring rond Brussel. Ondanks het feit dat meer dan de helft van het fileleed zich in Vlaams-Brabant afspeelt, werd de afgelopen 9 jaar slechts 21% van de budgetten in wegeninfrastructuur in onze provincie geïnvesteerd. Die files zijn een enorme aanslag op onze gezondheid.

Communautair opbod: we betreuren dat vandaag alles communautair wordt benaderd. Daardoor durven politici uit Brussel of Vlaamse rand geen beslissingen nemen met visie op lange termijn over noodzakelijke investeringen in mobiliteit in Brussel en de rand. Men vreest blijkbaar dat men iets zou ondernemen dat ten goede komt aan de pendelaars en ten nadele van eigen kiezerskorps. De Vlaamse Regering maakt dezelfde reflex. Dom. Ze durven het ook niet goed aan om de samenwerking tussen de gewesten ten volle uit te werken. Nochtans is die nodig.

Irina De Knop en Carla Dejonghe willen komaf maken met die stilstand.

Brussel en Vlaamse overheid moeten samen scherpe doelstellingen te formuleren die ten voordele zijn van de weggebruikers en pendelaars:

> Betere aansluitingen met het openbaar vervoer: 80% van de pendelaars uit onze regio moet maximum in twee tussenstappen van thuis op hun werk raken.

> Woon - werkverplaatsingen reduceren tot maximum 1 uur.

Dit kan, door gericht te investeren in openbaar vervoer, overstapparkings en betere wegen.

Hoe?

MOBILITEITSNETWERK BRUSSEL-BRABANT

Wat we nodig hebben is een Masterplan voor Brussel en Vlaams Brabant naar analogie met het masterplan Antwerpen Mobiel. We hebben dit gedoopt tot het MBB (Mobiliteitsnetwerk Brussel-Brabant). Dit plan moet de visies van alle betrokken partners op het vlak van mobiliteit integreren zodat de verkeersknoop in Brussel en de rand eindelijk kan ontward worden.

Om zo een Mobiliteitsnetwerk Brabant – Brussel (MBB) te laten werken, is het nodig dat alle betrokkenen mee in bad gaan (naar analogie met  Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel).

Wie moet hierin zeker vertegenwoordigd zijn? Het Vlaams en Brussels Gewest, de Provincie Vlaams Brabant, maar best ook enkele grote steden rond Brussel zoals Vilvoorde, Halle, Aalst en Leuven.  Alleen op die manier kan een groot draagvlak ontstaan voor het Mobiliteitsnetwerk Brussel-Brabant. Uiteraard moeten ook de openbare vervoermaatschappijen en het Agentschap wegen en verkeer mee aan tafel om de plannen in elkaar passen en de visies op elkaar af te stemmen. Zo een Mobiliteitsnetwerk kan enkel werken als er een duidelijk tijdskader, gezamenlijke doelstellingen en een globale financiering worden voorop gesteld.

Om alle partners te motiveren om werk te maken van zo’n globaal plan, met investeringen in de verschillende gewesten en een duidelijke win-winsituatie voor alle betrokkenen, zou de federale overheid ook haar duid in het zakje moeten doen. Alleen zo kan zo een ambitieus plan waarheid worden en zullen de partners bereid zijn om hun zuiver regionale belangen te overstijgen.

In de folder vind je al een aantal concrete speerpunten van Open VLD. Concrete maatregelen die wij zouden nemen om het verkeersvraagstuk aan te pakken.

1)    De uitbouw van talrijke ontradingparkings rond Brussel met de aansluiting op het openbaar vervoer
2)    De optimalisering van de Brusselse Ring
3)    Extra GEN-stations in de rand rond Brussel, bijvoorbeeld in Schepdaal aan de N8.
4)    Uitbouw van snelle verbindingen met het openbaar vervoer langs de ring rond Brussel (bijvoorbeeld, Asse-Zaventem)
5)    De uitbouw van de Brusselse Metro

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Irina op het web

Volg Irina op Facebook en op Twitter

 

Irina tweet

  • Receptie Lijst Burgemeester kent veel bijval. Dank aan iedereen voor gezellige en leuke avond! http://t.co/RRswXNCW #Lennik 4 dagen 17 uur geleden
  • Oude wijn in nieuwe zakken, maar geen fundamentele oplossing voor scholen in Rand http://t.co/ytuxaPzH 3 weken 3 dagen geleden
  • Oversubsidiëring groene stroom wordt niet aangepakt — http://t.co/a1GujnSK 3 weken 4 dagen geleden