Mobiliteit is ook kwaliteit: het 'aanbodgericht' openbaar vervoer bereikt niet de gewenste resultaten

De investeringen in De Lijn zijn de laatste tien jaar verdubbeld. We zien inderdaad dat het aantal bussen in het straatbeeld exponentieel is toegenomen. De totale tussenkomst van het Vlaams Gewest bedraagt meer dan 725mio €n, een verdubbeling van het budget op 10 jaar tijd.  Echter, openbaar vervoer levert nog steeds slechts 11% van de vervoersprestaties. De bijkomende investeringen hebben dus niet geleid tot een afname van het fileleed. Integendeel, de extra bussen (zelden overvol) en busbanen vol verzwaren het fileleed voor andere weggebruikers.

De inwoners in de rand rond Brussel worden met dit dagelijks fileleed meer dan eender welke andere regio geconfronteerd, vanwege de nabijheid van Brussel, de luchthaven als logistiek centrum en de aantrekkingspool van Brussel als tewerkstellingsplaats.  We stellen bovendien vast dat met het START- en DIABOLO project stilaan beweging komt in de onsluiting van de ring in het noorden. Voor het Zuiden van Brussel zijn er nog maar weinig concrete vooruitzichten op betere ontsluitingen.

 
Het GEN, waarvan velen in de regio hoopten dat het soelaas zou bieden voor het mobiliteitsprobleem, blijkt vooral troeven te hebben voor wie pendelt van Edingen, Gent, Dendermonde, enz. De mensen in de rand blijven op dat vlak, opnieuw, in de kou. Dat komt de levenskwaliteit in gemeenten in de rand rond Brussel niet ten goede.
 
Het Decreet basismobiliteit zorgde voor ongeziene investeringen in openbaar vervoer in Vlaanderen, en dan vooral bij De Lijn. De vraag is echter of de organisatie van De Lijn en het mobiliteitsbeleid in het algemeen, niet efficiënter kan.
80% van het totaal aantal kilometers wordt in Vlaanderen nog steeds per auto afgelegd. We werken gemiddeld 8 uur, maar zijn 11u per dag onderweg.  2.5 miljoen Vlamingen pendelen dagelijks naar het werk. 65% van hen doet dat nog steeds met de wagen.  Dit, ondanks de forse stijging van de brandstofprijzen.
 
Voorstellen om het fileleed te verzachten
 
1.      Werk maken van een vraaggericht ‘openbaar vervoer’.
 
Dit betekent dat de aanbodfilosofie, die momenteel ingebakken zit in het decreet basismobiliteit, plaats zal moet ruimen voor een vraaggerichte benadering aan de hand van marktbevraging en consumentenonderzoek.
 
Jong VLD BHV is ervan overtuigd dat uit die bevraging zou blijken dat onder meer de bedrijventerreinen vandaag onvoldoende bediend worden, de frequentie en het aanbod vaak te wensen overlaat . Daarom vraagt Jong VLD BHV:
-          dat de penetratie van het openbaar vervoer op bedrijventerreinen als essentieel onderdeel van het mobiliteitsbeleid wordt opgenomen. Er moet dringend een inventaris worden opgemaakt van deze bedrijventerreinen die nood hebben aan een betere ontsluiting op het vlak van collectief vervoer.
-          dat gezocht wordt naar innovatieve maatregelen: bijvoorbeeld door gebruik te maken van de RING voor collectief vervoer.
-          dat criteria zoals ‘snelheid’ en ‘frequentie’ minstens even doorslaggevend zijn in het uitstippelen van het ‘mobiliteitsbeleid’ als de nabijheid van ‘haltes’.
-          Dat het uitstippelen van de mobiliteitsstrategie wordt losgekoppeld van de uitvoering.
 
 
2.      De combinatie van verschillende vervoersmodi (openbaar vervoer, fiets en wagen) stimuleren en vergemakkelijken.
Door de te weinig benutte mogelijkheden van multi-modaal verkeer, een moeilijk woord voor “het combineren van
meerdere vervoersmiddelen”, missen we een reële kans om het verkeersinfarct te verkleinen. Het kan immers niet de
bedoeling zijn om mensen die uit werken gaan, te bestraffen door ze tot drie maal toe te laten overstappen en/of
oeverloos te laten zoeken naar parkeergelegenheid. We moeten ze integendeel het leven makkelijker maken.
 
-          Er moet dringend geïnvesteerd worden in voldoende, veilige en goed bereikbare parkeergelegenheid aan treinstations en haltes van metro en/of bus. Daarbij kan ook de aanleg van ondergrondse en voorstadparkings gestimuleerd. Het is belangrijk daarbij niet enkel te focussen op de grote steden: er moet ook aandacht zijn voor stations en haltes in typische doorrij - gemeenten zoals Asse, Ternat, Grimbergen of Wemmel.
 
 
-          Nieuwe vervoersvormen zoals ‘lightrail’ in het voorstadsnetwerk ingang doen vinden om de overstap van het ene vervoersmiddel naar andere te vergemakkelijken.
 
 
3.      Tarifering en monopolie van het openbaar vervoer herzien in functie van kwaliteit en gebruikersgemak.
 
Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden, maar ook om het gebruikersgemak te verhogen, moeten we de tarifering en de organisatie van het openbaar vervoer aan een grondige analyse onderwerpen.
 
Kortom, de kwaliteit van de dienstverlening in zijn globaliteit staat voorop, de prijszetting mag daar zelfs op afgestemd zijn. Bovendien zouden openbare vervoersmaatschappijen het tariefbeleid beter afstemmen op de koopkracht van bepaalde gebruikers, in plaats van zoals nu een kosteloos vervoer van bepaalde doelgroepen toe te staan. Kosteloos openbaar vervoer is daarbij een te ‘gratuite’ maatregel.
 
Concrete voorstellen:
 
-          Tariefbeleid afstemmen op de koopkracht van gebruikers in plaats van kosteloos vervoer van bepaalde doelgroepen toe te staan.
 
-          Concurrentie op de markt van openbaar vervoer toelaten : hierbij worden bepaalde lijnen uitbesteed aan een private vervoersoperator die in de uitbating voorziet zoals door de overheid uitgestippeld in termen van kwaliteit, comfort, snelheid en frequentie van de bediening.  Buitenlandse voorbeelden hebben aangetoond dat een dergelijk systeem leidt tot minder overheidsuitgaven én, wat het uiteindelijke doel is, tot meer en beter gemeenschappelijk vervoer dat een echt alternatief voor het wagengebruik kan zijn.
 
-          Tarieven vereenvoudigen door middel van combitickets voor trein- en bus, prijs voor parkeren van wagen integreren in prijs van ticket en abonnement enz.
 
 
4.      “Groen” vervoer prioriteit geven
 
De openbare vervoersmaatschappijen moeten een voortrekker zijn in het gebruik van milieuvriendelijke technieken. Het geld dat kan worden uitgespaard door een efficiëntere werking en/of door een deel franchising van buslijnen, moet geïnvesteerd worden in moderne groene technologie. 
Om de combinatie van fiets en openbaar vervoer te vergemakkelijken, moet de Vlaamse overheid de aanleg van fietspaden verder stimuleren en haar niveau van investeringen aanhouden.
 
Om het openbaar vervoer financieel voldoende aantrekkelijk te maken als alternatief voor de wagen, is Jong VLD BHV voorstander van de slimme kilometerheffing voor wagens en bereid alvast de verkeersbelasting te hervormen, zodat niet de fiscale pk’s maar de milieu-impact van het voertuig belast wordt. 
 
 

 

Irina op het web

Volg Irina op Facebook en op Twitter

 

Irina tweet

  • Zo meteen interview bij Peeters en Pichal naar aanleiding van maximumfactuur in het onderwijs. Spannend! 6 dagen 59 min ago
  • Mobiliteitsnetwerk Brussel-Brabant krijgt weerklank in de formatiegesprekken — lees op http://tinyurl.com/2ur3fur — #openvld #mobiliteit #fb 1 week 1 dag ago
  • Maximumfactuur basisonderwijs ondermijnt ontwikkelingskansen kinderen — lees op http://tinyurl.com/2abtgfj — #openvld #maximumfactuur #fb 1 week 3 dagen ago
  • is op zoek naar feedback over webstek KlasCement.net. Zijn er leerkrachten op Twitter? 4 weken 4 dagen ago
  • Spijbelen blijft stijgen ondanks drie jaar spijbelactieplan. Huiswerk voor minister Smet. http://bit.ly/aZZERz via @addthis 5 weken 2 dagen ago