Op woensdag 15 april heb ik in de commissie Mobiliteit minister Jean-Luc Crucke bevraagd over de toegankelijkheid van onze stations voor personen met een beperkte mobiliteit.
Aanleiding was een getuigenis van een studente in een rolstoel die door een defecte lift niet eens op het perron geraakt. Helaas is dat geen alleenstaand geval, maar een probleem waar dagelijks heel wat mensen mee geconfronteerd worden.
Toegankelijkheid blijft ver onder de verwachtingen
Vandaag is slechts een beperkt aantal stations echt autonoom toegankelijk. Volgens de plannen zou dat tegen 2032 stijgen naar 176 stations, goed voor ongeveer 70% van de reizigers.
Maar dat betekent tegelijk dat een groot deel van de stations nog jarenlang niet toegankelijk zal zijn. In realiteit ligt het aandeel volledig autonoom toegankelijke stations vandaag nog bijzonder laag.
Zelfs wanneer we rekening houden met stations waar assistentie mogelijk is, komen we slechts aan ongeveer 30%. Wanneer we kijken naar echte, zelfstandige toegankelijkheid zonder hulp, ligt dat aandeel zelfs onder de 5%.
Voor veel mensen blijft de trein nemen dus allesbehalve evident.
Alternatieven werken niet altijd
Wanneer liften defect zijn, voorziet de NMBS een taxiservice. Maar ook daar loopt het vaak mis. Taxi’s komen te laat of soms helemaal niet opdagen, waardoor reizigers hun trein missen of geen betrouwbaar alternatief hebben.
Dat maakt dat mensen hun mobiliteit verliezen en afhankelijk worden van anderen, terwijl openbaar vervoer net voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn.
Versnipperde verantwoordelijkheid zorgt voor vertraging
Een belangrijk probleem zit ook in de manier waarop investeringen georganiseerd zijn.
Vandaag is de verantwoordelijkheid verdeeld: de NMBS staat in voor de stationsgebouwen, terwijl Infrabel verantwoordelijk is voor de spoorinfrastructuur.
Die typisch Belgische structuur maakt het moeilijk om snel vooruitgang te boeken. Daarom heb ik in de commissie ook de vraag gesteld of het niet logischer zou zijn om de infrastructuur onder één beheer te brengen, zodat er sneller en coherenter gewerkt kan worden.
Nood aan versnelling en duidelijke keuzes
De minister verwijst naar een langetermijnvisie tot 2040 en jaarlijkse investeringen. Maar voor mij is het duidelijk dat dit niet volstaat.
Toegankelijkheid is geen luxe, maar een basisrecht. We moeten sneller vooruitgang boeken en ervoor zorgen dat mensen zich zelfstandig en betrouwbaar kunnen verplaatsen.








