Begeleiding helpt langdurig zieken vooruit, maar bijna 22 miljoen euro blijft ongebruikt


Nieuwe cijfers over het Terug-naar-Werkfonds tonen dat gespecialiseerde begeleiding arbeidsongeschikte mensen wel degelijk opnieuw stappen richting werk kan laten zetten.

Dat is goed nieuws. Tegelijk maken de cijfers duidelijk dat het fonds vandaag nog altijd veel te weinig wordt gebruikt. Er zit 21,7 miljoen euro ongebruikt in, terwijl sinds de invoering amper 303 vouchers daadwerkelijk werden opgenomen.

Een fonds dat mensen opnieuw richting werk moet begeleiden, mag geen goedgevulde rekening blijven. Het moet mensen bereiken.

Wat is het Terug-naar-Werkfonds?

Het Terug-naar-Werkfonds bestaat sinds 1 april 2024. Het financiert gespecialiseerde begeleiding voor mensen die arbeidsongeschikt zijn, bijvoorbeeld via loopbaanbegeleiding, coaching, beroepsoriëntatie of hulp bij een nieuwe beroepskeuze.

Het fonds wordt gefinancierd door werkgevers. Wanneer een werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigt wegens medische overmacht, moet hij die beëindiging binnen 45 dagen melden aan het RIZIV en vervolgens 1.800 euro in het fonds storten.

Medische overmacht betekent dat een werknemer om medische redenen definitief niet meer in staat is om het overeengekomen werk uit te voeren en de arbeidsovereenkomst daarom wordt beëindigd.

De bijdragen van werkgevers worden vervolgens gebruikt om arbeidsongeschikte personen een voucher voor begeleiding aan te bieden. Het doel is niet om mensen zomaar uit de arbeidsongeschiktheid te halen, maar om hen op maat te helpen bij een haalbare en duurzame terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Bijna al het geld blijft staan

Sinds de start ontving het fonds 22.233.600 euro uit 13.124 werkgeversbijdragen.

Daarvan werd slechts 515.105 euro uitgegeven via 304 betaalde facturen. Er blijft dus 21.718.495 euro in het fonds zitten. Amper 2,3 procent van de ontvangen middelen werd daadwerkelijk besteed.

Dat contrast is moeilijk te verantwoorden. Werkgevers hebben samen ruim 22 miljoen euro gestort om arbeidsongeschikte mensen opnieuw richting werk te begeleiden, maar bijna al dat geld blijft onaangeroerd.

Er is dus geen gebrek aan middelen. Het probleem is dat die middelen de mensen die ze nodig hebben onvoldoende bereiken.

Slechts 303 vouchers effectief gebruikt

In totaal werden 1.351 aanvragen ingediend. Daarvan kregen 1.004 mensen een positieve beslissing.

Toch werden slechts 303 vouchers daadwerkelijk gebruikt. Daarnaast vervielen 55 toegekende vouchers zonder dat een traject werd opgenomen. Nog eens 646 vouchers stonden geregistreerd als lopend.

Het aantal aanvragen stijgt dus, maar de kloof tussen een goedgekeurde voucher en een effectief begeleidingstraject blijft groot.

Bovendien gebeurt 65,6 procent van de aanvragen op initiatief van de arbeidsongeschikte zelf. Slechts 34,4 procent wordt opgestart door een Terug-naar-Werkcoördinator van het ziekenfonds.

Dat betekent dat het systeem nog te sterk afhangt van de vraag of iemand zelf de weg kent, voldoende informatie krijgt en in staat is de aanvraagprocedure te doorlopen. Net mensen die het meeste ondersteuning nodig hebben, dreigen daardoor niet bereikt te worden.

Eerste resultaten zijn bemoedigend

De begeleiding lijkt voor een deel van de deelnemers wel degelijk te werken.

Van de 300 afgeronde trajecten waren onmiddellijk na de begeleiding 35 mensen, of 11,7 procent, niet langer arbeidsongeschikt.

Het effect lijkt vervolgens toe te nemen:

  • drie maanden na het traject was 20,6 procent niet langer arbeidsongeschikt;
  • na zes maanden was dat 24,1 procent;
  • na twaalf maanden 35,3 procent.

Dat laatste percentage heeft wel betrekking op slechts 17 mensen. Het is dus nog te vroeg om daaruit brede conclusies te trekken.

Daarnaast hervat een deel van de deelnemers het werk gedeeltelijk terwijl zij nog arbeidsongeschikt erkend blijven. Wanneer we ook die toegelaten activiteiten meetellen, zette na drie en zes maanden ongeveer 44 procent opnieuw stappen richting werk.

De boodschap is daarom genuanceerd maar duidelijk: begeleiding kan werken. Alleen bereiken we er vandaag nog veel te weinig mensen mee.

Niet langer arbeidsongeschikt betekent niet altijd opnieuw aan het werk

Bij de interpretatie van de cijfers moeten we voorzichtig blijven.

Wie niet langer arbeidsongeschikt is, is niet automatisch opnieuw aan het werk. Een deel van de deelnemers kwam na het traject in de werkloosheid terecht.

Omgekeerd kan iemand die nog arbeidsongeschikt erkend is wel gedeeltelijk het werk hervatten via een toegelaten activiteit.

De regering moet daarom afzonderlijk rapporteren over volledige werkhervatting, gedeeltelijke werkhervatting en uitstroom uit de arbeidsongeschiktheid zonder werk.

Alleen zo kunnen we beoordelen of de trajecten mensen duurzaam opnieuw op de arbeidsmarkt brengen.

Wacht niet tot iemand al lang uitgevallen is

De toegang tot het fonds wordt uitgebreid. Vanaf het najaar zullen arbeidsongeschikte personen vanaf de zevende maand in aanmerking kunnen komen voor een voucher. Vanaf 1 januari 2027 zouden ook werkgevers een aanvraag kunnen indienen voor een arbeidsongeschikte werknemer die nog bij hen in dienst is.

Dat zijn stappen in de goede richting, maar ze komen te laat.

Hoe langer iemand uitvalt, hoe moeilijker het doorgaans wordt om opnieuw aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt. Daarom moeten mensen met reëel arbeidspotentieel veel vroeger worden benaderd, bijvoorbeeld vanaf de tweede of derde maand.

Dat betekent niet dat iedereen onmiddellijk opnieuw voltijds aan de slag moet. Het kan ook gaan om een geleidelijke hervatting, aangepast werk, opleiding, herscholing of begeleiding naar een andere functie.

Maar wie mogelijkheden heeft, mag niet maandenlang zonder perspectief blijven.

Van vrijwillig systeem naar actieve begeleiding

Het fonds mag geen passief loket blijven waar mensen toevallig terechtkomen.

Terug-naar-Werkcoördinatoren, ziekenfondsen, werkgevers en arbeidsbemiddelingsdiensten moeten arbeidsongeschikten met arbeidspotentieel actief aanspreken en begeleiden.

Dat is ook een kwestie van verantwoordelijkheid tegenover de werkgevers die het fonds financieren. Zij hebben via bijdragen van 1.800 euro al meer dan 22 miljoen euro samengebracht. Dan moet de overheid er ook voor zorgen dat die middelen daadwerkelijk worden ingezet voor begeleiding.

Voor mensen die effectief opnieuw stappen kunnen zetten, moet zo’n traject een volwaardig onderdeel worden van het re-integratiebeleid. Niet vrijblijvend en pas na lange tijd, maar vroeg, persoonlijk en gericht op wat iemand nog wél kan.

De eerste resultaten tonen dat begeleiding verschil kan maken. De volgende opdracht is ervoor zorgen dat veel meer mensen die begeleiding ook daadwerkelijk krijgen.

Met bijna 22 miljoen euro op de rekening zijn de middelen er. Nu moeten ze nog worden ingezet waarvoor werkgevers ze hebben gestort: mensen opnieuw perspectief geven op werk.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.