België moet opnieuw een motor van medische innovatie worden


Vrijdag mocht ik spreken op de GM Breakfast Meeting van Pharma.be over ons voorstel van resolutie rond geneesmiddelenbeleid en in-vitrodiagnostiek.

Dat debat is belangrijk. België stond jarenlang bekend als een sterke Europese “Pharma Valley”. Ondanks de beperkte omvang van ons land hebben we een uitzonderlijk biofarmaceutisch ecosysteem uitgebouwd.

We beschikken over uitstekende universiteiten en onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen met veel ervaring in klinische studies, innovatieve farmaceutische en biotechnologische bedrijven, een sterke logistieke positie en een wettelijk kader dat innovatie en intellectuele eigendom beschermt.

Dat ecosysteem is een grote troef voor onze economie, onze wetenschappelijke positie en onze strategische autonomie. Maar vooral ook voor patiënten.

Een sterk farmaceutisch ecosysteem betekent dat patiënten sneller toegang kunnen krijgen tot innovatieve behandelingen, vaak via klinische studies, nog voor een geneesmiddel volledig op de markt is of wordt terugbetaald.

Onze positie staat onder druk

De centrale boodschap van mijn tussenkomst was duidelijk: België mag zijn sterke positie niet als vanzelfsprekend beschouwen.

De cijfers tonen aan dat onze positie kwetsbaarder wordt.

De investeringen in onderzoek en ontwikkeling blijven hoog en bereikten in 2024 ongeveer 6 miljard euro. Maar andere indicatoren evolueren minder gunstig. Het aantal octrooiaanvragen daalde van 446 in 2023 naar 417 in 2024. Het aantal toegekende octrooien daalde van 95 naar 77. Ook de directe tewerkstelling daalde licht, van 44.958 jobs in 2023 naar 44.738. De export zakte van 80,1 miljard euro naar 79 miljard euro.

Op zich lijken die dalingen misschien beperkt. Maar wanneer verschillende indicatoren tegelijk in dezelfde richting bewegen, moeten we dat ernstig nemen.

België stort niet in als farmaland. Maar onze leiderspositie wordt wel brozer. In een internationale context waarin landen met elkaar concurreren om klinische studies, onderzoek, investeringen en industriële capaciteit, kan vertraging al snel leiden tot verlies aan concurrentiekracht.

Wat willen we met onze resolutie?

Met onze resolutie willen we het geneesmiddelenbeleid en het beleid rond in-vitrodiagnostiek verbeteren.

Dat klinkt technisch, maar de inzet is eenvoudig: zorgen dat innovatieve behandelingen en de juiste diagnostische testen sneller en beter bij patiënten geraken.

Vandaag botsen bedrijven, onderzoekers, ziekenhuizen en patiënten op verschillende knelpunten. Klinische studies starten soms te traag op. Terugbetalingsprocedures duren lang. Gezondheidsdata worden nog te weinig gebruikt. En nieuwe diagnostische testen raken moeilijk of traag terugbetaald.

Daarom doen we in onze resolutie concrete voorstellen om die procedures sneller, voorspelbaarder en transparanter te maken.

Klinische studies sneller opstarten

Een eerste belangrijk onderdeel gaat over klinische studies.

Klinische studies zijn onderzoeken waarbij nieuwe geneesmiddelen of behandelingen worden getest bij patiënten. Ze zijn noodzakelijk om te bewijzen dat een behandeling veilig en doeltreffend is.

Maar ze zijn ook rechtstreeks belangrijk voor patiënten. Voor mensen met ernstige, zeldzame of moeilijk behandelbare aandoeningen kunnen klinische studies toegang geven tot innovatieve behandelingen nog voor die volledig op de markt zijn of worden terugbetaald.

België is vandaag nog altijd sterk in klinische studies, maar onze voorsprong staat onder druk. Andere landen winnen terrein.

Daarom vragen we een betere werking van de ethische comités.

Ethische comités beoordelen of een klinische studie verantwoord is voor de patiënt. Ze bekijken onder meer of patiënten goed geïnformeerd worden, of de veiligheid voldoende gewaarborgd is en of de studie op een correcte manier wordt uitgevoerd.

Die controle is absoluut noodzakelijk. Maar dat betekent niet dat procedures onnodig traag of onvoorspelbaar moeten zijn.

Vandaag zijn er in België veel voorwaardelijke goedkeuringen, waardoor de start van klinische studies soms maanden vertraging oploopt. Daarom vragen we onder meer meer specialisatie bij ethische comités, betere afstemming tussen instanties en duidelijkere communicatie met de indieners van klinische studies.

Het doel is niet om minder streng te zijn. Het doel is om even streng, maar sneller en voorspelbaarder te werken.

Goedkeuring is nog geen toegang

Een tweede belangrijk onderdeel gaat over terugbetaling.

Een geneesmiddel dat door het Europees Geneesmiddelenagentschap wordt goedgekeurd, is daarom nog niet meteen beschikbaar voor Belgische patiënten. Eerst moet in België beslist worden of en onder welke voorwaarden het geneesmiddel wordt terugbetaald.

Vandaag duurt dat te lang.

Slechts 51 procent van de geneesmiddelen die tussen 2020 en 2023 door het Europees Geneesmiddelenagentschap werden goedgekeurd, wordt in België terugbetaald. De gemiddelde termijn tussen de vergunning en de terugbetaling bedraagt 549 dagen.

Voor patiënten zijn dat geen abstracte cijfers. Dat zijn maanden of zelfs jaren waarin zij wachten op een behandeling die hun levenskwaliteit kan verbeteren, ziekteprogressie kan afremmen of levens kan redden.

Daarom vragen we snellere en slimmere terugbetalingsprocedures. Daarbij moet België ook beter gebruikmaken van Europese beoordelingen, zodat dezelfde klinische evaluatie niet telkens opnieuw nationaal wordt overgedaan. Minder dubbel werk betekent snellere toegang.

Breder kijken naar de waarde van geneesmiddelen

Vandaag kijken we bij de terugbetaling van geneesmiddelen nog te vaak vanuit een te smal perspectief.

Uiteraard moet de kost voor de gezondheidszorg worden bewaakt. Maar een geneesmiddel kan ook waarde creëren buiten het gezondheidsbudget.

Als een patiënt sneller opnieuw kan werken, als een mantelzorger actief kan blijven, als een ziekenhuisopname wordt vermeden of als iemand langer zelfstandig kan functioneren, dan heeft dat ook maatschappelijke waarde.

Daarom vragen we dat België, naar het voorbeeld van Nederland, een kader uitwerkt om die bredere maatschappelijke elementen mee te nemen in de beoordeling van geneesmiddelen.

Een geneesmiddel is niet alleen een kost. Het kan ook ziekenhuisopnames vermijden, mensen opnieuw perspectief geven en de druk op de samenleving verminderen.

Wat is in-vitrodiagnostiek?

Onze resolutie gaat niet alleen over geneesmiddelen, maar ook over in-vitrodiagnostiek.

In-vitrodiagnostiek betekent dat lichaamsmateriaal buiten het lichaam wordt onderzocht. Denk bijvoorbeeld aan een bloedtest, een urinetest of een analyse van tumorweefsel.

Die testen helpen artsen om een ziekte vast te stellen, de ernst ervan in te schatten of te bepalen welke behandeling het meest geschikt is voor een bepaalde patiënt.

Vooral bij kanker en gepersonaliseerde geneeskunde is dit cruciaal. Niet elke patiënt reageert op dezelfde manier op hetzelfde geneesmiddel. Soms is eerst een specifieke test nodig om te weten of een behandeling zinvol is.

Zonder de juiste test krijgt een patiënt dus niet altijd de juiste behandeling.

Diagnostiek moet sneller worden terugbetaald

Vandaag verlopen terugbetalingsprocedures voor in-vitrodiagnostiek vaak traag en onduidelijk.

Dat is een probleem. Want als een diagnostische test niet of te laat wordt terugbetaald, kan ook de toegang tot de juiste behandeling vertraging oplopen.

In sommige gevallen liepen procedures voor terugbetaling van zulke testen op tot 1.000 dagen. Sinds september 2025 zijn er voor bepaalde in-vitrotesten zelfs geen indicatieve termijnen meer.

Dat creëert onzekerheid voor patiënten, artsen, ziekenhuizen en bedrijven.

Daarom vragen we een fast-accessprocedure voor in-vitrodiagnostiek. Zo kunnen patiënten sneller toegang krijgen tot nieuwe testen, terwijl er tegelijk gegevens worden verzameld om later een definitieve beslissing over terugbetaling te nemen.

We vragen ook meer transparantie. Als een test niet wordt terugbetaald, moet duidelijk zijn waarom. En voor elke fase van de procedure moeten opnieuw duidelijke termijnen worden vastgelegd.

België moet kiezen

België staat voor een strategische keuze.

Willen we een motor blijven van medische innovatie? Of worden we vooral een land dat innovatie aankoopt die elders wordt ontwikkeld?

Voor mij is de keuze duidelijk.

We moeten opnieuw kiezen voor ambitie. Voor snellere en meer voorspelbare procedures. Voor betere gezondheidsdata. Voor sterke klinische studies. Voor een terugbetalingssysteem dat innovatie tijdig bij patiënten brengt. En voor diagnostiek die mee evolueert met de geneeskunde van morgen.

België heeft nog altijd de fundamenten van een wereldsterk pharma- en biotech-ecosysteem.

Maar leiderschap moet je onderhouden.

De keuzes die we vandaag maken, bepalen of België een voortrekker blijft in medische innovatie, of langzaam afhankelijk wordt van innovatie die elders ontstaat.

Voor patiënten is dat verschil bijzonder concreet: sneller toegang tot de juiste test, de juiste behandeling en nieuwe hoop.

Bedankt voor de uitnodiging!

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.