Deze week bespraken we in de plenaire vergadering een resolutie van Les Engagés over teletreinwerken. Op het eerste gezicht klinkt dat sympathiek. Natuurlijk zijn er vandaag al mensen die op de trein hun mails beantwoorden, documenten lezen of dossiers voorbereiden. Dat gebeurt elke dag.
Maar de vraag is of we daarvoor een nieuw formeel kader, een proefproject en bijkomende overheidsmiddelen nodig hebben. Voor Anders. is het antwoord duidelijk: neen.
Flexibel werken kan vandaag al
Vandaag kunnen werkgevers en werknemers al afspraken maken over telewerk, glijdende uren en flexibel werken. Waar iemand precies werkt, is daarbij steeds minder belangrijk geworden.
Thuis, op kantoor of onderweg: zolang er duidelijke afspraken zijn en het werk correct gebeurt, bestaat daar vandaag al ruimte voor. We moeten dus opletten dat we geen nieuwe administratieve laag creëren voor iets wat in de praktijk al bestaat.
Een bijkomend kader voor teletreinwerken dreigt vooral extra vragen op te roepen. Wanneer begint de arbeidstijd precies? Hoe registreer je die? Wat met pauzes? Wat met vertragingen? Wat als de trein afgeschaft wordt? Wat als er geen zitplaats is of geen internetverbinding?
Dat zijn geen details. Het zijn praktische en juridische vragen die aantonen dat dit voorstel eenvoudiger klinkt dan het in werkelijkheid is.
De trein is vandaag geen volwaardige werkplek
Wie geregeld de trein neemt, weet dat het grootste probleem niet is dat er geen wettelijk kader bestaat om op de trein te werken. Het probleem is dat de trein vandaag vaak geen betrouwbare werkplek is.
Treinen rijden te vaak te laat. Er zijn te veel afschaffingen. Reizigers zitten geregeld in overvolle treinen. Wifi werkt niet altijd of is er gewoon niet. Op sommige lijnen is zelfs gewoon bellen of mobiel werken moeilijk door een gebrek aan bereik. In warme periodes horen we klachten over treinstellen zonder degelijke airco. In koude periodes zijn er opnieuw problemen met materieel.
Dan is het vreemd om nu al te doen alsof de trein een evidente werkplek is.
Zoals ik het in de plenaire vergadering stelde: sommige collega’s hebben hun prioriteiten niet op orde. We zitten met barslechte cijfers op vlak van stiptheid, een recordaantal stakingsdagen bij het spoor en treinstellen zonder airco. Als je trein al niet afgeschaft is door de hitte of de vrieskou, moet je op sommige lijnen nog proberen om gewoon te bellen. En dan zouden we nu fantasieën invoeren als teletreinwerken?
Investeer in wat elke reiziger helpt
Voor mij moet de prioriteit duidelijk zijn: zet eerst de basis op orde.
Zorg voor stipte treinen. Zorg voor voldoende wagons en voldoende zitplaatsen. Zorg voor betrouwbaar materieel. Zorg voor stopcontacten waar dat mogelijk is. En zorg vooral voor betrouwbare 4G- en 5G-dekking op het spoorwegnet.
Dat zijn investeringen die elke reiziger vooruithelpen. Niet alleen de reiziger die onderweg kan telewerken, maar ook de student, de pendelaar, de oudere reiziger, de toerist en de werknemer die gewoon op tijd op zijn bestemming wil raken.
Een trein die stipt, comfortabel en betrouwbaar rijdt, is de beste manier om mensen vaker voor het openbaar vervoer te laten kiezen.
Geen proefproject voor iets dat al bestaat
Een proefproject opzetten om vast te stellen dat sommige mensen vandaag al op de trein werken, lijkt ons geen goede besteding van publieke middelen.
Werkgevers en werknemers kunnen vandaag al afspraken maken over flexibiliteit. Wie onderweg wil werken en daar met zijn werkgever duidelijke afspraken over maakt, kan dat in veel gevallen al doen. Daarvoor hebben we geen nieuwe symbolische beleidslaag nodig.
Wat we wel nodig hebben, is een spoorbeleid dat de dagelijkse reiziger ernstig neemt. Dat betekent investeren in betrouwbaarheid, comfort, stiptheid en digitale connectiviteit.
Prioriteiten juist zetten
Voor Anders. is dit dus geen debat tegen flexibel werken. Integendeel. Flexibel werken is belangrijk en maakt voor veel mensen een betere combinatie tussen werk en privé mogelijk.
Maar politiek moet prioriteiten durven stellen.
Vandaag vragen reizigers niet in de eerste plaats een nieuw juridisch kader voor teletreinwerken. Ze vragen treinen die rijden, op tijd komen, voldoende plaats bieden en waar je onderweg tenminste normaal bereik hebt.
Daarom hebben wij deze resolutie niet gesteund. Niet omdat werken op de trein onmogelijk moet zijn, maar omdat de overheid eerst haar kerntaak moet doen: zorgen voor een spoor dat betrouwbaar, modern en toegankelijk is voor iedereen.








