De manier waarop we hiv behandelen is de voorbije decennia fundamenteel veranderd.
Een hiv-diagnose betekende ooit een bijzonder somber vooruitzicht. Vandaag kan iemand met hiv dankzij moderne medicatie een normaal leven leiden. Wanneer behandeling ervoor zorgt dat het virus niet meer detecteerbaar is in het bloed, kan het bovendien niet seksueel worden overgedragen. Dat principe kennen we als U=U: undetectable = untransmittable, of niet-meetbaar = niet-overdraagbaar.
Ook op het vlak van preventie beschikken we ondertussen over bijzonder doeltreffende middelen.
Toch is de strijd tegen hiv nog niet gestreden.
Opnieuw meer hiv-diagnoses
In 2023 werden in België 665 nieuwe hiv-diagnoses gesteld. Dat zijn gemiddeld 1,8 diagnoses per dag en 13% meer dan een jaar eerder.
De stijging deed zich voor bij mannen die seks hebben met mannen (+16%), maar was nog groter bij heteroseksuele personen (+26%). In totaal had 49% van de nieuwe diagnoses betrekking op heteroseksuele personen.
Daarnaast wordt geschat dat ongeveer 1.325 mensen in België met hiv leven zonder te weten dat ze besmet zijn.
Wie zijn hiv-status niet kent, kan uiteraard ook geen behandeling opstarten. Vroegtijdig testen en diagnosticeren blijft daarom essentieel.
Wat is PrEP?
Een van de belangrijkste ontwikkelingen in hiv-preventie is PrEP, of pre-expositieprofylaxe.
Het gaat om medicatie voor mensen die geen hiv hebben, maar een verhoogd risico lopen om besmet te raken. Door de medicatie preventief te gebruiken kan een hiv-infectie worden voorkomen.
België was relatief vroeg met de toegankelijkheid ervan. PrEP wordt sinds 1 juni 2017 terugbetaald door de ziekteverzekering.
Het gebruik neemt bovendien sterk toe. In 2023 waren er 8.727 gebruikers, tegenover 6.932 in 2022: een stijging van 26%.
Dat is positief.
Maar achter die cijfers zit ook een probleem.
PrEP bereikt niet iedereen
Maar liefst 99% van de PrEP-gebruikers is man, voornamelijk mannen die seks hebben met mannen.
Andere groepen die eveneens risico kunnen lopen, zoals vrouwen, heteroseksuelen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond, vinden veel minder gemakkelijk de weg naar PrEP.
Tegelijk is de algemene bekendheid bijzonder laag. Uit een onderzoek bij 1.000 Belgen bleek dat 86% niet weet wat PrEP is.
We beschikken dus over een krachtig preventiemiddel, maar slagen er onvoldoende in om iedereen die er mogelijk baat bij heeft ermee te bereiken.
Ook over hiv bestaan nog hardnekkige misverstanden
Het kennisprobleem gaat verder dan PrEP.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 35% denkt dat iemand die behandeld wordt voor hiv het virus nog kan overdragen. Anderen denken ten onrechte dat hiv kan worden overgedragen via een kus, een insectenbeet, hetzelfde toilet of zelfs door handen te schudden.
Die onwetendheid heeft gevolgen.
Ze houdt stigma en discriminatie tegenover mensen met hiv in stand, terwijl de medische realiteit fundamenteel veranderd is.
Daarom moeten preventie, correcte informatie en het bestrijden van stigma hand in hand gaan.
Een grotere rol voor de huisarts?
Vandaag is terugbetaling van PrEP gekoppeld aan voorschrijven door een arts van een hiv-referentiecentrum.
Het federale regeerakkoord voorziet dat onderzocht wordt of ook huisartsen een rol kunnen krijgen bij een eerste voorschrift.
Dat kan PrEP toegankelijker maken, maar we moeten goed bekijken hoe dat in de praktijk moet werken.
Moet PrEP eerst worden opgestart in een gespecialiseerd centrum en kan de huisarts daarna de opvolging overnemen? Welke bijkomende opleiding hebben huisartsen nodig? En hoe organiseren we een goede samenwerking met de hiv-referentiecentra?
Met mijn resolutie vraag ik om die vragen uit te klaren, in plaats van simpelweg bijkomende verantwoordelijkheden bij de huisarts te leggen.
Nieuwe medicatie komt eraan
Ook PrEP zelf evolueert.
Vandaag gaat het voornamelijk om medicatie in pilvorm. Nieuwe ontwikkelingen maken langwerkende injecteerbare PrEP mogelijk, waarbij veel minder frequent medicatie nodig is.
Dat biedt kansen, maar creëert tegelijk nieuwe vragen over betaalbaarheid, toegankelijkheid en therapietrouw.
We moeten daarop anticiperen en ervoor zorgen dat nieuwe behandelingen niet alleen bestaan, maar ook terechtkomen bij de mensen die ze nodig hebben.
Preventie, behandeling én ondersteuning
Daarom vraagt mijn resolutie een bredere aanpak.
We willen meer aandacht voor hiv-testing en seksuele gezondheid in de eerste lijn, PrEP toegankelijker maken voor ondervertegenwoordigde groepen en onderzoeken welke rol huisartsen kunnen opnemen.
Daarnaast vragen we voorbereiding op langwerkende PrEP, structurele psychologische ondersteuning voor mensen die een hiv-diagnose krijgen en een krachtigere aanpak van stigma en discriminatie.
Ook de vergrijzing van de hiv-populatie verdient aandacht. In 2023 was al 51% van de mensen met hiv ouder dan 50 jaar. Tegen 2030 wordt verwacht dat 70% 55-plus zal zijn.
De wetenschap staat niet stil. Het beleid dus ook niet.
We hebben vandaag middelen waar men enkele decennia geleden alleen maar van kon dromen.
Dat is een enorme vooruitgang.
Maar innovatieve geneesmiddelen hebben weinig effect wanneer mensen die ze nodig hebben er niet mee worden bereikt. En wetenschappelijke vooruitgang neemt vooroordelen niet automatisch weg.
Daarom moeten we hiv-preventie blijven moderniseren: beter informeren, vroeger opsporen, PrEP toegankelijker maken en stigma bestrijden.








