Hoge facturatie is geen bewijs van fraude: controleer streng, maar stigmatiseer onze verpleegkundigen niet


Fraude in onze gezondheidszorg bestaat en moet streng worden aangepakt. Wie bewust prestaties aanrekent die niet werden uitgevoerd of de ziekteverzekering oplicht, schaadt niet alleen onze sociale zekerheid, maar ook het vertrouwen in de vele zorgverleners die iedere dag correct werken.

Maar net daarom moeten we een duidelijk onderscheid blijven maken tussen een signaal dat nader onderzoek verdient en bewezen fraude.

De recente aandacht voor thuisverpleegkundigen met uitzonderlijk hoge facturatie dreigt dat onderscheid te vertroebelen.

“Een knipperlicht is nog geen veroordeling. Wie uitzonderlijk veel factureert, moet gecontroleerd kunnen worden. Maar een hoge factuur betekent niet automatisch dat er fraude is gepleegd.”

47 fraudedossiers op 334 afgesloten onderzoeken

Uit het antwoord op mijn parlementaire vraag blijkt dat het RIZIV in 2025 in totaal 334 controleonderzoeken afsloot. Daarvan werden 47 dossiers als fraude gekwalificeerd. Dat komt overeen met 14,07 procent.

Dat cijfer vraagt echter de nodige nuance.

Deze onderzoeken vormen geen willekeurige steekproef van alle zorgverleners in België. Het gaat om gerichte controles. Ze worden net opgestart omdat er vooraf al een vermoeden, een klacht of een opvallend signaal is.

We kunnen uit die 14,07 procent dus niet besluiten dat ongeveer 14 procent van de zorgverleners fraudeert.

De cijfers tonen wel dat controles steeds vaker financieel zware dossiers lijken te bereiken. Tussen 2021 en 2025 daalde het aantal afgesloten onderzoeken van 405 naar 334, terwijl het gemiddelde ten laste gelegde bedrag per onderzoek steeg van 27.570 euro naar 47.505 euro.

Wat betekent een ‘ten laste gelegd bedrag’?

Ook hier is het belangrijk om de terminologie juist te begrijpen.

Een ten laste gelegd bedrag is het bedrag waarvan de controledienst oordeelt dat het mogelijk onterecht werd aangerekend. Dat bedrag kan vervolgens worden teruggevorderd of verder worden betwist.

Het betekent dus niet automatisch dat voor dat volledige bedrag definitief fraude is bewezen.

Dat onderscheid is essentieel wanneer cijfers over fraude in de gezondheidszorg worden gecommuniceerd.

“Gerichte controles zijn nodig, zeker wanneer grote bedragen of opvallende patronen opduiken. Maar die cijfers mogen niet leiden tot een klimaat waarin elke verpleegkundige of zorgverlener bij voorbaat verdacht wordt gemaakt.”

Verpleegkundigen liggen zwaar onder het vergrootglas

Vooral thuisverpleegkundigen krijgen de laatste tijd veel aandacht in het debat over mogelijke fraude.

De beschikbare cijfers bieden echter geen basis om verpleegkundigen als volledige beroepsgroep als bijzonder fraudegevoelig weg te zetten.

Het ten laste gelegde bedrag bij verpleegkundigen bedroeg in 2022 nog 2,32 miljoen euro. In 2025 was dat gedaald tot ongeveer 895.000 euro. Dat is een daling van ruim 61 procent.

Bij tandartsen zien we in dezelfde periode net een stijging: van 1,03 miljoen euro in 2022 naar 2,42 miljoen euro in 2025, of ongeveer 134 procent meer.

Die vergelijking betekent uiteraard evenmin dat tandartsen als beroepsgroep verdacht moeten worden gemaakt. Ze toont vooral waarom we voorzichtig moeten zijn met algemene conclusies over een volledige beroepsgroep op basis van controledossiers.

Bovendien laten de beschikbare cijfers niet altijd toe om voldoende verfijnde conclusies te trekken. Zo maakt het activiteitenverslag van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) geen onderscheid tussen diensten voor thuisverpleging en zelfstandige verpleegkundigen.

“Voor je zware uitspraken doet over een hele sector, moet je eerst over voldoende precieze cijfers beschikken. Die nuance ontbreekt vandaag te vaak.”

Wat zijn die 40.000 W-waarden?

Een van de discussies gaat over thuisverpleegkundigen die jaarlijks meer dan 40.000 W-waarden aanrekenen.

Een W-waarde is een manier om prestaties in de thuisverpleging te waarderen voor de terugbetaling. Verschillende verpleegkundige prestaties vertegenwoordigen een bepaalde waarde. Hoe meer prestaties of hoe zwaarder de geleverde zorg, hoe meer W-waarden worden aangerekend.

De grens van 40.000 W-waarden komt overeen met ongeveer 235.000 euro aan prestaties per jaar.

Dat is uitzonderlijk veel. Het is dan ook logisch dat dergelijke dossiers extra aandacht krijgen.

Maar ook hier geldt: een uitzonderlijk hoog cijfer is een reden om te controleren, niet om iemand vooraf als fraudeur te bestempelen.

Achter een hoge facturatie kunnen verschillende verklaringen zitten. Verpleegkundigen wijzen onder meer op lange werkdagen, personeelstekorten, een zware patiëntenpopulatie of prestaties van zorgkundigen die onder bepaalde voorwaarden meetellen.

Of de aangerekende prestaties werkelijk en correct werden uitgevoerd, moet vervolgens uit de controle blijken.

“Tussen ‘dit verdient nader onderzoek’ en ‘deze verpleegkundige fraudeert’ ligt een wereld van verschil.”

De patiënt mag niet het slachtoffer worden

Er is bovendien nog een ander risico.

Wanneer correct werkende thuisverpleegkundigen bang worden om bepaalde patiënten aan te nemen omdat ze vrezen boven een administratieve grens uit te komen of daardoor automatisch extra controles te krijgen, kan uiteindelijk de patiënt daarvan de gevolgen dragen.

Thuisverpleegkundigen spelen een cruciale rol om ouderen, chronisch zieken en mensen die herstellen van een ingreep thuis te verzorgen. Zeker bij patiënten met een zware zorgbehoefte kunnen heel wat prestaties nodig zijn.

Een controlesysteem moet daarom twee dingen tegelijk kunnen: afwijkende patronen detecteren én voldoende onderscheid maken tussen een alarmsignaal en bewezen misbruik.

“Als noodzakelijke zorg niet meer wordt opgenomen omdat zorgverleners bang zijn om boven een administratieve grens uit te komen, moeten we ons afvragen of het systeem voldoende rekening houdt met de realiteit op het terrein.”

Naar onafhankelijke en uniforme controles

Ook de manier waarop we controleren, is belangrijk.

Ziekenfondsen kunnen een belangrijke rol spelen bij het signaleren van opvallende facturatiepatronen. Maar de uiteindelijke beoordeling van mogelijke onregelmatigheden of fraude moet zo onafhankelijk en uniform mogelijk gebeuren.

Daarom zie ik een centrale rol voor de bevoegde controledienst van het RIZIV, de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC). Die beschikt over de opdracht en expertise om medische prestaties te evalueren en te controleren.

Zo maken we een duidelijk onderscheid tussen het detecteren van een opvallend patroon en het vaststellen van een onregelmatigheid of fraude.

Pak fraudeurs aan, maar maak zorgverleners niet verdacht

Fraudebestrijding en vertrouwen in onze zorgverleners zijn geen tegenstellingen.

Integendeel. Een geloofwaardig controlesysteem moet de kleine groep die bewust misbruik maakt efficiënt kunnen opsporen en aanpakken. Tegelijk moeten duizenden verpleegkundigen en andere zorgverleners die correct werken erop kunnen vertrouwen dat zij niet worden gestigmatiseerd omdat een cijfer, grens of facturatiepatroon vragen oproept.

“Controleer waar cijfers aanleiding geven tot vragen. Onderzoek grondig. Pak bewezen fraude streng aan. Maar noem iemand geen fraudeur omdat een grens of alarmsignaal wordt overschreden. En zet vooral geen volledige beroepsgroep weg op basis van uitzonderlijke dossiers. Dat onderscheid zijn we verschuldigd aan onze zorgverleners én aan hun patiënten.”

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.