Een nieuwe getuigenis van een adviserend arts roept ernstige vragen op over de onafhankelijkheid waarmee langdurig zieken vandaag worden gecontroleerd. In een uitgebreide brief aan het RIZIV stelt de arts dat adviserend artsen binnen ziekenfondsen onder druk zouden worden gezet bij de uitvoering van hun wettelijke opdracht.
Voor Anders. is deze nieuwe getuigenis een bijkomende reden om grondig te onderzoeken hoe de controle op arbeidsongeschiktheid in de praktijk functioneert.
Ons voorstel voor een parlementaire onderzoekscommissie ligt daarvoor al voor in de Kamer. We dienden het op 20 mei in om de organisatie, effectiviteit en onafhankelijkheid van de opvolging en controle van arbeidsongeschiktheid te onderzoeken. Voor de zomer vroegen we om het voorstel met urgentie te behandelen. Dat verzoek werd in de plenaire vergadering verworpen. Het voorstel zelf is daarmee niet van tafel en kan nog steeds in de bevoegde commissie worden geagendeerd.
Onafhankelijkheid is in het belang van langdurig zieke én arts
Adviserend artsen spelen een cruciale rol in ons systeem. Zij beoordelen onder meer of iemand arbeidsongeschikt is en recht heeft op een ziekte-uitkering. Die medische beoordeling moet onafhankelijk kunnen gebeuren.
Volgens de getuigenis die nu naar buiten komt, zou die onafhankelijkheid in de praktijk echter onder druk kunnen staan. De arts beschrijft onder meer klachtenprocedures, tevredenheidsscores en bijsturingsgesprekken die volgens hem invloed kunnen hebben op de manier waarop adviserend artsen hun opdracht uitvoeren.
Ook zouden er volgens de brief problemen zijn met het zelf inplannen en snel uitvoeren van controles van langdurig zieken. Het RIZIV analyseert de brief.
Voor mij gaat dit niet over een tegenstelling tussen langdurig zieken en controleartsen. Integendeel. Een onafhankelijke beoordeling is in het belang van beide.
Wie arbeidsongeschikt is, moet erop kunnen vertrouwen dat zijn of haar dossier objectief en uitsluitend op medische gronden wordt beoordeeld. Tegelijk moeten controleartsen hun wettelijke opdracht kunnen uitvoeren zonder druk of beïnvloeding.
Voor de zomer hoorden we de ziekenfondsen
De onafhankelijkheid van de adviserend artsen kwam voor de zomer al uitgebreid aan bod tijdens een hoorzitting in de Kamer.
De ziekenfondsen benadrukten daar dat adviserend artsen onafhankelijk kunnen werken en betwistten dat er ongeoorloofde druk wordt uitgeoefend. De nieuwe getuigenis schetst echter een ander beeld en roept daardoor bijkomende vragen op.
We hebben de ziekenfondsen dus gehoord en hun antwoorden gekregen. Nu ligt er een uitgebreide getuigenis van een adviserend arts op tafel die opnieuw ernstige vragen oproept. Voor Anders. is het daarom niet voldoende om de eerdere hoorzitting als eindpunt te beschouwen.
Regeringspartijen stemden urgentie weg
Ons voorstel voor een parlementaire onderzoekscommissie ligt al sinds mei voor in de Kamer. De officiële titel laat weinig aan de verbeelding over: de commissie moet onderzoek doen naar de organisatie, effectiviteit en onafhankelijkheid van de opvolging en controle van arbeidsongeschiktheid in België.
Voor de zomer heb ik in de plenaire vergadering gevraagd om dat voorstel met urgentie te behandelen. Die urgentie werd verworpen. De regeringspartijen, inclusief N-VA, wilden toen niet meegaan in onze vraag om snel werk te maken van een grondig parlementair onderzoek.
Vandaag liggen er opnieuw ernstige signalen op tafel over precies het probleem dat wij verder wilden laten onderzoeken. Voor mij maakt dat de noodzaak om duidelijkheid te krijgen alleen maar groter.
Het voorstel zelf werd niet verworpen. Het ligt nog altijd voor in de Kamer en kan nog worden geagendeerd in de bevoegde commissie. Dat is wat Anders. nu wil doen.
Geen voorafgaande conclusies, wel duidelijkheid
Het doel van zo'n onderzoek is niet om alle ziekenfondsen of alle adviserend artsen over dezelfde kam te scheren. De nieuwe getuigenis bevat ernstige aantijgingen en net daarom moeten die grondig worden onderzocht.
We moeten kunnen nagaan hoe controles in de praktijk worden georganiseerd, welke ruimte adviserend artsen hebben om zelf langdurig zieken op te roepen, hoe wordt omgegaan met klachten over medische beslissingen en welke garanties er bestaan om ervoor te zorgen dat een arts volledig onafhankelijk kan oordelen.
Een parlementaire onderzoekscommissie moet daarbij niet vertrekken van een vooraf vaststaand antwoord. Ze moet de feiten boven tafel krijgen. Als blijkt dat de onafhankelijkheid voldoende gegarandeerd is, moet dat ook duidelijk zijn. Als er structurele problemen bestaan, moeten we die kunnen aanpakken.
Een betrouwbaar beleid voor langdurig zieken
Die onafhankelijkheid is essentieel voor een geloofwaardig beleid rond langdurig zieken.
Wie daadwerkelijk ziek is en niet kan werken, moet kunnen rekenen op onze sociale zekerheid. Wie opnieuw kan werken, eventueel via aangepast of deeltijds werk, moet de juiste begeleiding krijgen om die stap te kunnen zetten.
Daarom moet een doeltreffend beleid voor mij op verschillende sporen tegelijk werken: meer preventie, betere re-integratie en een onafhankelijke en zo uniform mogelijke beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Dit gaat uiteindelijk over vertrouwen. Langdurig zieken moeten erop kunnen vertrouwen dat hun situatie eerlijk en objectief wordt beoordeeld. Controleartsen moeten erop kunnen vertrouwen dat zij hun medische opdracht in alle onafhankelijkheid kunnen uitvoeren.
De nieuwe getuigenis is voor Anders. dan ook een bijkomende reden om ons voorstel voor een parlementaire onderzoekscommissie verder te behandelen.








