1.217 jobs bedreigd bij GSK: hoeveel waarschuwingen heeft de regering nog nodig?


Het nieuws dat farmabedrijf GSK in België 1.217 banen wil schrappen, is bijzonder pijnlijk. Meer dan 1.200 werknemers en hun gezinnen worden geconfronteerd met grote onzekerheid. Mijn gedachten gaan in de eerste plaats naar hen.

Maar deze aankondiging is ook een ernstig waarschuwingssignaal voor de toekomst van onze farmaceutische industrie. Een sector waarin België jarenlang een internationale toppositie heeft opgebouwd en die van groot belang is voor onze economie, onze werkgelegenheid en vooral onze patiënten.

Ik waarschuw de regering al meer dan een jaar voor de toenemende druk op onze farmaceutische sector. Toch blijft minister Vandenbroucke bijkomende besparingen opleggen. Hoeveel waarschuwingen heeft deze regering nog nodig voordat ze eindelijk ingrijpt?

Meer dan 1.200 banen op de helling

GSK is een van de belangrijkste farmaceutische werkgevers van ons land. Het bedrijf telt ongeveer 8.500 werknemers op zijn Belgische vestigingen in Waver, Rixensart en Gembloers.

Nu kondigt het bedrijf aan dat het 1.217 banen wil schrappen. Het gaat om 482 bedienden en 735 kaderleden. De herstructurering zou de komende twee jaar plaatsvinden.

Voor de betrokken werknemers en hun gezinnen is dit bijzonder zwaar nieuws. Zij worden vandaag geconfronteerd met onzekerheid over hun toekomst.

Wat mij daarnaast bijzonder verontrust, is dat ook de afdelingen voor onderzoek en ontwikkeling worden getroffen.

Dat is niet zomaar een detail. België heeft jarenlang een sterke positie opgebouwd in de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins. Onze universiteiten, ziekenhuizen, onderzoekers en farmaceutische bedrijven werken samen aan behandelingen die wereldwijd mensenlevens kunnen redden.

Als ook dat onderzoek onder druk komt te staan, moeten alle alarmbellen afgaan.

We waarschuwen hier al meer dan een jaar voor

Wat mij vandaag vooral stoort, is dat deze aankondiging niet op zichzelf staat. De problemen binnen onze farmaceutische sector zijn al veel langer bekend.

In september 2025 heb ik minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke al aangesproken over zijn bijkomende besparingen op de farmaceutische industrie.

De minister wilde toen opnieuw ongeveer 80 miljoen euro besparen via prijsdalingen van geneesmiddelen.

Uiteraard moet ook de farmaceutische industrie bijdragen aan een betaalbare gezondheidszorg. Maar ik heb toen gewaarschuwd dat we bijzonder voorzichtig moeten zijn met telkens nieuwe besparingen op een sector die internationaal onder zware concurrentiedruk staat.

Grote farmaceutische bedrijven beslissen immers wereldwijd waar ze investeren. Wanneer andere landen aantrekkelijkere voorwaarden bieden, kunnen nieuwe onderzoeksprojecten en investeringen naar het buitenland verdwijnen.

Ik heb toen gewaarschuwd dat België dreigde te evolueren van een pharma valley naar een pharma desert. Van een internationale topregio voor geneesmiddelenonderzoek naar een land waar steeds minder onderzoek en ontwikkeling plaatsvindt.

Die waarschuwing is vandaag actueler dan ooit.

Toch blijft minister Vandenbroucke de sector confronteren met bijkomende besparingen en heffingen. Terwijl andere landen volop inzetten op het aantrekken van nieuwe investeringen, dreigen wij onze eigen internationale positie te verzwakken.

Dat is bijzonder kortzichtig. Want wanneer onderzoeksprojecten en investeringen eenmaal naar het buitenland verdwijnen, halen we die niet zomaar terug.

De farmaceutische sector betaalt vandaag al honderden miljoenen euro's

Wat mij bovendien bijzonder stoort, is dat de farmaceutische industrie telkens opnieuw wordt aangesproken om bijkomende besparingen te realiseren.

Soms lijkt het alsof die bedrijven nauwelijks bijdragen aan onze gezondheidszorg. Maar de cijfers tonen een ander verhaal.

Volgens cijfers van pharma.be betaalt de farmaceutische industrie in 2026 alleen al meer dan 600 miljoen euro aan omzetheffingen. Daarbovenop komen nog andere bijdragen en besparingsmaatregelen.

En dat terwijl geneesmiddelen ongeveer 17 procent van het gezondheidszorgbudget vertegenwoordigen. Volgens pharma.be moet de farmaceutische sector ongeveer 60 procent van de geplande besparingsinspanningen dragen.

Dat roept toch ernstige vragen op over de manier waarop we deze sector behandelen.

Een berekening van pharma.be maakt bovendien concreet hoeveel er van de omzet van een geneesmiddel kan overblijven nadat kortingen en specifieke heffingen zijn afgetrokken.

Neem een fictief geneesmiddel waarvoor de overheid en het bedrijf een vertrouwelijke overeenkomst hebben afgesloten over de terugbetaling.



We vertrekken van een oorspronkelijke omzet van 100 euro.

In dit voorbeeld wordt maar liefst 63,90 euro teruggegeven via overeengekomen kortingen. Van die 100 euro blijft dus nog 36,10 euro over.

Maar daar stopt het niet. Er volgen nog verschillende heffingen, waaronder een omzetheffing, een crisisbijdrage en andere financiële bijdragen.

Wanneer we die allemaal in rekening brengen, blijft er van de oorspronkelijke 100 euro uiteindelijk nog 31,64 euro over voor het bedrijf.

En voor alle duidelijkheid: dat is geen winst. Van dat bedrag moet het bedrijf nog zijn kosten betalen. Denk aan personeel, productie, onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

Het gaat om een fictief rekenvoorbeeld, niet om een gemiddelde voor alle geneesmiddelen. Maar het maakt wel duidelijk hoe zwaar kortingen en heffingen kunnen doorwegen.

Dan moeten we ons toch durven afvragen of we deze sector niet stilaan te zwaar belasten.

Zou het soms niet verstandiger zijn om farmaceutische bedrijven wat minder te belasten, zodat ze meer middelen overhouden om te investeren in onderzoek, innovatie en nieuwe geneesmiddelen?

Dat geld kan immers ook worden gebruikt om nieuwe behandelingen te ontwikkelen, onderzoek in België te financieren en hooggekwalificeerde jobs in ons land te behouden.

Als we willen dat internationale bedrijven in België blijven investeren, moeten we daar ook de juiste voorwaarden voor creëren.

Voor mij zijn farmaceutische bedrijven geen tegenstanders van onze gezondheidszorg. Het zijn partners die investeren, werkgelegenheid creëren, onderzoek financieren en nieuwe geneesmiddelen en vaccins ontwikkelen.

De cijfers stonden al langer op rood

In mei van dit jaar hebben we opnieuw aan de alarmbel getrokken. De cijfers over onze farmaceutische industrie waren toen bijzonder zorgwekkend.

De werkgelegenheid was met 0,5 procent gedaald. Het aantal onderzoekers ging met 2,5 procent achteruit. De export daalde met 6,8 procent en de productie met 5,7 procent.

Ook de investeringen liepen met 4 procent terug. Het aantal aanvragen voor octrooien, waarmee bedrijven hun nieuwe uitvindingen beschermen, daalde zelfs met 15,3 procent.

Wanneer werkgelegenheid, onderzoek, investeringen en productie tegelijk achteruitgaan, kunnen we dat niet zomaar negeren.

België heeft jarenlang een sterke internationale positie opgebouwd. Maar die positie is geen vanzelfsprekendheid.

Andere landen investeren volop in nieuwe geneesmiddelen en behandelingen. Ook binnen Europa proberen landen steeds meer onderzoeksprojecten aan te trekken.

Als we willen dat bedrijven in België blijven investeren, moeten we zorgen voor een omgeving waarin onderzoek en innovatie alle kansen krijgen.

Zelfs de premier erkende dat er een probleem is

Op 24 juni heb ik ook eerste minister Bart De Wever ondervraagd over de toekomst van onze farmaceutische sector.

Hij erkende toen dat de cijfers een duidelijke achteruitgang vertonen en dat het niet noodzakelijk om een tijdelijk probleem gaat. Volgens hem dreigt die negatieve evolutie structureel te worden.

De premier kondigde aan dat de regering dit najaar met een bredere strategie voor de sector zou komen.

Die strategie moet duidelijk maken hoe België aantrekkelijk kan blijven voor onderzoek, ontwikkeling en investeringen in nieuwe geneesmiddelen.

Vandaag zijn we in oktober en kondigt een van de grootste farmaceutische werkgevers van ons land aan dat meer dan 1.200 banen bedreigd zijn.

De tijd van aankondigingen is voorbij. Onze farmaceutische sector heeft nood aan concrete maatregelen en een duidelijke toekomstvisie.

Het is bovendien bijzonder tegenstrijdig dat de eerste minister de concurrentiepositie van onze farmaceutische industrie wil versterken, terwijl minister Vandenbroucke de sector blijft confronteren met bijkomende besparingen.

Zo dreigt de ene minister weg te duwen wat de andere probeert aan te trekken.

We hebben zelf concrete oplossingen voorgesteld

Ik wil niet alleen kritiek geven op het beleid. Daarom hebben we ook een voorstel van resolutie uitgewerkt met concrete maatregelen om geneesmiddelenonderzoek en innovatie in België te versterken.

Daarin leggen we de nadruk op drie belangrijke verbeteringen.

Ten eerste moeten onderzoeken naar nieuwe geneesmiddelen sneller kunnen starten.

Vooraleer een nieuwe behandeling bij patiënten getest mag worden, moet een onafhankelijke commissie beoordelen of dat veilig en verantwoord kan gebeuren.

Die controle is absoluut noodzakelijk. Maar de procedures moeten ook efficiënt verlopen. Vandaag kunnen bijkomende voorwaarden en verschillen tussen beoordelingen ervoor zorgen dat onderzoeken maanden vertraging oplopen.

Daarom stellen we voor om de werking van deze commissies te verbeteren, zonder in te boeten op de veiligheid van patiënten.

Ten tweede moeten nieuwe geneesmiddelen sneller beschikbaar worden voor patiënten.

België speelt een belangrijke rol in het ontwikkelen en testen van nieuwe behandelingen. Toch moeten patiënten soms bijzonder lang wachten voordat nieuwe geneesmiddelen worden terugbetaald.

Dat moet beter.

Bovendien moeten we bij de beoordeling van een nieuwe behandeling niet alleen kijken naar de prijs van het geneesmiddel zelf.

Wat als een nieuwe behandeling ervoor zorgt dat iemand sneller opnieuw kan werken? Of dat een patiënt minder zorg nodig heeft, waardoor een partner of familielid aan het werk kan blijven?

Ook die voordelen voor onze samenleving moeten we meenemen.

Ten derde moeten we onze medische gegevens beter gebruiken voor onderzoek.

In onze ziekenhuizen en gezondheidszorg beschikken we over heel wat waardevolle informatie over behandelingen en hun resultaten.

Die gegevens kunnen onderzoekers helpen om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en beter te beoordelen welke behandelingen echt werken.

Uiteraard moet dat veilig gebeuren, met respect voor de privacy van patiënten.

Daarom vragen we ook om de werking van het Gezondheidszorgdata-agentschap te evalueren, zodat onderzoekers sneller toegang kunnen krijgen tot betrouwbare en bruikbare gegevens.

Een sterke farmaceutische sector is ook belangrijk voor patiënten

Het debat over de toekomst van onze farmaceutische industrie gaat over veel meer dan jobs en economische cijfers.

Het gaat ook over de toekomst van onze gezondheidszorg.

Wanneer nieuwe geneesmiddelen in België worden ontwikkeld en getest, kunnen ook Belgische patiënten deelnemen aan onderzoek naar veelbelovende behandelingen.

Wanneer bedrijven hier blijven investeren, versterken we bovendien onze kennis en expertise.

En wanneer nieuwe behandelingen sneller beschikbaar worden, kunnen patiënten daar rechtstreeks voordeel uit halen.

Een sterke farmaceutische sector is dus geen tegenstander van een betaalbare gezondheidszorg. Ze is een belangrijke partner.

Dat betekent niet dat bedrijven zomaar vrij spel moeten krijgen. We moeten blijven waken over betaalbare geneesmiddelen en een verantwoord gebruik van onze gezondheidsmiddelen.

Maar we moeten tegelijk erkennen dat onderzoek en innovatie essentieel zijn voor de gezondheidszorg van morgen.

Hoeveel waarschuwingen heeft de regering nog nodig?

De aangekondigde herstructurering bij GSK is in de eerste plaats bijzonder pijnlijk voor de betrokken werknemers en hun gezinnen.

Maar ze moet de regering ook wakker schudden.

We hebben in september 2025 gewaarschuwd voor de gevolgen van bijkomende besparingen. In mei 2026 hebben we gewezen op de achteruitgang van de sector. In juni heb ik de premier hierover ondervraagd.

Ondertussen hebben we zelf concrete voorstellen uitgewerkt om geneesmiddelenonderzoek te versterken, procedures te versnellen en patiënten sneller toegang te geven tot nieuwe behandelingen.

We hebben dus niet alleen gewaarschuwd. We hebben ook oplossingen op tafel gelegd.

De regering moet nu dringend duidelijk maken hoe ze onze internationale positie wil beschermen en opnieuw investeringen en onderzoek naar België wil aantrekken.

Misschien moeten we ons wat minder afvragen hoeveel we vandaag nog uit de farmaceutische sector kunnen halen, en wat meer hoeveel nieuwe behandelingen, investeringen en jobs we morgen mogelijk kunnen maken.

Want als onderzoeksprojecten en investeringen eenmaal naar het buitenland verdwijnen, halen we die niet zomaar terug.

Wie alleen kijkt naar wat innovatie vandaag kost, vergeet wat ze onze samenleving morgen kan opleveren.

Voor onze werknemers, voor onze onderzoekers en vooral voor onze patiënten mogen we die toekomst niet op het spel zetten.

Bekijk hier mijn tussenkomst. 

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.