Waarom Irina deze uitdaging als lijsttrekker aangaat?
De liefde voor het liberalisme en het humanisme !
Ik geloof ondanks de minder goede en zelfs dramatische ‘peilingen’, heel sterk in het liberalisme en ook in Open VLD. Tegelijk meen ik ook dat de leiding van onze partij zelf de teugels strak in handen moet nemen en het principe van ‘leading by being’ ter harte nemen. Wij kunnen lokaal alleen scoren als onze mensen voelen dat Open VLD en haar mandatarissen ernstig werk leveren, weg van de waan van iedere ‘pers’-dag. We hebben geen andere partij nodig om dat waar te maken, we moeten zelf de hand aan de ploeg slaan.
Ik geloof in het liberalisme omdat we meer dan ooit nood hebben aan vrijheid, als noodzakelijke voorwaarde voor vrede. Kijk maar naar het Midden-Oosten of dichter bij huis naar Oekraïne om te beseffen dat vrijheid geen evidentie is. Ook in Oost-Europa liggen vrijheden onder vuur. Wij als liberalen moeten blijven op de barricade staan om die vrijheid van mensen te verdedigen. Ook op ethisch vlak wordt de aanval ingezet op onze verworven vrijheden.
Ik wil mensen verbinden
We willen een partij zijn die mensen verbindt. Dat begint in de eerste plaats met zelf verbinding te maken met onze mandatarissen. Uiteraard willen we vooruit komen in het leven, of onszelf verbeteren, maar dat mag niet ten koste gaan van het project waar we voor staan.
Daarom wil ik als kandidaat-lijsttrekker er in de eerste plaats voor zorgen dat we met een straf ‘team’ naar de verkiezingen trekken. Met een mix van jong en minder jong, van jeugdig enthousiasme en ervaring. Zeker hebben we kandidaten nodig die lokaal sterkhouders zijn. Zij hebben al bewezen dat ze mensen kunnen overtuigen én dat ze bakens kunnen verzetten. Het getuigt ook van respect als we die mensen een zichtbare plaats op de lijst toekennen.
Daarnaast moet er natuurlijk ook ruimte zijn voor mensen die dankzij hun specifieke ervaring of achtergrond meerwaarde bieden en geloofwaardigheid brengen. Het aller belangrijkste is dat we elkaar steunen en ook qua regeringswerk uitleggen wat de liberalen goed gedaan hebben de voorbije jaren, in moeilijke omstandigheden. Was dat voldoende? Natuurlijk niet. Om meer liberale accenten te kunnen leggen in komende regeringen moeten we ten eerste groter worden en ten tweede onze strijdpunten weloverwogen kiezen.
Wat drijft mij? Dat is inhoud én liberalisme!
Mijn engagement bestaat er vooral in om mensen die willen vooruit komen in het leven, te stimuleren om het heft in eigen handen te nemen. We moeten mensen laten voelen dat we hun engagement erkennen en belonen. We kunnen dat doen door hen een rechtvaardig inkomen te geven, dat fundamenteel meer is dan mensen die niet gaan werken of van een uitkering leven. Dat raakt nl. het DNA van ons, liberalen. Wie werkt, willen we belonen.
Dat betekent dat we moeten werken aan een efficiënte overheid, waarbij de belastingen onder controle blijven en waarbij we tegelijk de welvaartstaat kunnen behouden. Dat vergt grote inspanningen. Zo moeten we zowel Vlaams als federaal blijven nakijken welke taken de overheid opneemt, en of die taken noodzakelijk zijn.
Dat neemt niet weg dat liberalen sociaal en diepmenselijk zijn. Dit zijn ook voor mij belangrijke persoonlijke waarden. Wij vinden dat we mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, die tegenslagen hebben in het leven en/of die tijdelijk niet kunnen werken, moeten helpen. Dat is de essentiële taak van onze overheid. Net zoals het onze taak is om mensen kansen te geven en te ondersteunen, ook als je niet in een warm of welstellend nest groot kan worden. Daarbij denk ik aan de vele kinderen die in armoede of moeilijke thuisomstandigheden opgroeien.
Een andere essentiële taak van de overheid is zorgen voor onze veiligheid. Open VLD heeft daar al mooie stappen gezet, maar er is meer nodig om van politie en justitie de ruggengraat te maken van onze democratie. Bij justitie mogen er gerust meer ‘redelijke’ termijnen gevraagd worden om uitspraken te doen en ook rechters moeten verantwoording afleggen over het beleid dat zij voeren. Bij de politie zijn er op het terrein niet overal voldoende mensen. Dat vergt overleg en bijsturing, ook in de relatie met vakbonden.












