Gemeentefonds vergroot de verschillen tussen stad en platteland uit!
Mensen die de actualiteit van de lokale besturen kennen, weten dat de financiering van de gemeenten een actueel thema is. De lokale financiën staan immers geweldig onder druk en gemeenten krijgen steeds meer taken (en bijhorende kosten) toebedeeld terwijl de financiering er niet op vooruitgaat.
Een cijfer zegt meer dan woorden: Antwerpen krijgt 1456€/inwoner uit het gemeentefonds en Lennik 225€. Alle begrip voor de uitdagingen in Antwerpen, maar de stad krijgt daar dus 6x meer dan Lennik per inwoner!
Ik was dan ook enthousiast dat ik samen met de specialisten op dat vlak kon deelnemen aan dit debat waar heel wat experten en vertegenwoordigers van lokale besturen aanwezig waren. Ik hield er natuurlijk vooral een pleidooi voor een efficiëntere en rechtvaardiger basisfinanciering voor alle lokale besturen.
Het gemeentefonds is immers bedoeld als algemene financiering voor de lokale besturen om hun basisdienstverlening te kunnen uitvoeren. Precies omdat er zo’n sterke ongelijkheid is in de verdeling van dat fonds tussen de lokale besturen, komt er zoveel druk te zitten op de openbare financiën van de gemeenten zoals Lennik.
Het gemeentefonds, los van andere bijkomende dotaties voor gemeenten bedroeg voor gans Vlaanderen € 2.964.814.000 in 2023. Samen met alle andere algemene dotaties bedraagt de algemene financiering voor de lokale besturen in Vlaanderen 4,6 miljard €. Ter vergelijking: Lennik ontvangt in absolute termen 2mio € uit het gemeentefonds, Ninove 10 mio€ , Aalst 44mio€, Gent 390mio€.
Wat ik samen met vele andere specialisten aanklaag is dat die middelen dus heel ongelijk verdeeld zijn over de Vlaamse gemeenten. Zo bevat het fonds in totaal 44 gemeenten met een welbepaalde centrumfunctie, die 41 % van het totale gemeentefonds krijgen (30% naar Antwerpen en Gent)! Die steden genieten daarenboven ook nog van financiering ten gevolge van de andere de andere criteria die gelden in de verdeling van de rest van de middelen van het fonds, zoals bijvoorbeeld voor fiscale inkomsten, sociale maatstaven, open ruimte, het gemiddeld aantal sociale woningen enz.
Daarbovenop genieten die centrumsteden ook proportioneel meer van andere mogelijke subsidiekanalen van de Vlaamse overheid zoals bijvoorbeeld voor sociale woningen, sociaal beleid en kinderopvang, in het flankerende onderwijsbeleid, de middelen voor het klimaatbeleid en de investeringsmiddelen uit het klimaatfonds.
Concreet komt het erop neer dat bepaalde gemeenten zoals Lennik totaal onder gefinancierd zijn en dus steeds moeilijker hun basisopdrachten kunnen vervullen en een basisdienstverlening bieden aan onze inwoners. Om dat te kunnen doen, moeten wij meer dan andere grote gemeenten aanspraak maken op de middelen die we verwerven via de onroerende voorheffing en de personenbelasting. In gemeenten zoals Lennik zijn er nl weinig tot geen andere inkomstenbronnen.
De ver van uw bed-show misschien voor u als kiezer, maar u ondervindt er wel de gevolgen van in uw gemeente, want wij kunnen moeilijker de dienstverlening bieden die u verwacht. Dit heeft vooral zijn gevolgen voor het cultuur, jeugd- en sportbeleid in de gemeente.
Zo zien we bijvoorbeeld in de gemeentemonitor dat de mensen graag meer zien op het vlak van jeugd- en sportinfrastructuur. Dat zijn nu net de zaken waarvoor er in gemeenten zoals het Pajottenland minder geld overblijft. Na de basisdiensten: huisvuil ophalen, politie, brandweer, de administratieve diensten voor rijbewijzen en paspoorten en het sociaal beleid dat we voeren blijft er weinig tot geen beleidsvrije ruimte.
Om dit te compenseren en om toch tegemoet te komen aan de wensen van de inwoners zetten we zoveel mogelijk in op het verwerven en binnenhalen van subsidies, wat enorm tijdrovend en intensief is en zonder dat we steevast zicht hebben op het resultaat van al die subsidie-aanvragen. Kortom wat ons betreft is een herziening nodig van dat gemeentefonds, een herziening die rechtvaardig is.
Momenteel wordt zo’n herziening in het vooruitzicht gesteld maar ook gekoppeld aan een mogelijke hertekening van het bestuurlijke landschap. En dan zijn we weer waar we niet willen zijn…bij het fusieverhaal.
Dit wordt ongetwijfeld vervolgd…








