Zelfbeschikking stopt niet wanneer iemand zijn stem verliest. Ook aan het levenseinde moet de wil van de patiënt centraal blijven staan. Dat is de kern van het wetsvoorstel dat ik namens Anders opnieuw op de agenda van de Kamer heb geplaatst en dat op dinsdag 20 januari wordt besproken in de commissie.
België beschikt al meer dan twintig jaar over een euthanasiewet, maar op één cruciaal punt blijft die wet vandaag tekortschieten. Wie door een ongeval of ziekte onomkeerbaar wilsonbekwaam wordt, kan enkel euthanasie krijgen op basis van een voorafgaande wilsverklaring als hij of zij zich in een onomkeerbare coma bevindt. Dat betekent concreet dat mensen met dementie of andere vormen van verworven wilsonbekwaamheid vandaag vaak te vroeg euthanasie moeten vragen, uit angst hun zelfbeschikking volledig te verliezen.
Een maatschappelijk debat dat al lang gevoerd is
Over dit thema is de voorbije jaren uitvoerig maatschappelijk en ethisch debat gevoerd. Er zijn adviezen, studies en internationale voorbeelden. Ook het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek pleit duidelijk voor een uitbreiding van het wettelijk kader. Het comité bevestigt dat een voorafgaande wilsverklaring meer kan zijn dan een louter symbolisch document en dat zelfbeschikking ook moet doorwerken wanneer iemand zijn wil niet langer kan uiten.
Toch blijft de wetgeving achter. In het regeerakkoord wordt voorzichtig gesproken over euthanasie bij dementie, maar tot concrete wetgeving is het nog steeds niet gekomen. Intussen blijven mensen en hun families in onzekerheid achter.
Woorden en daden lopen uiteen
Opvallend is dat sommige partijen vandaag publiek pleiten voor een uitbreiding van de euthanasiewet, maar eind 2024 nog tegen de urgente behandeling van ons wetsvoorstel stemden. Dat wringt. Wie zegt dat dit een belangrijk ethisch dossier is, moet ook bereid zijn om daar parlementair verantwoordelijkheid voor te nemen.
Mijn wetsvoorstel beperkt zich bovendien niet tot dementie alleen. Het breidt de euthanasiewet uit naar alle vormen van verworven en onomkeerbare wilsonbekwaamheid, zoals na een hersenbloeding, een ongeval of een ernstige ziekte. Het leven houdt zich niet aan politieke afbakeningen, en de wet zou dat ook niet mogen doen.
Zorgvuldigheid én respect voor autonomie
Het voorstel bevat duidelijke zorgvuldigheidsvoorwaarden: een expliciete wilsverklaring, controle door artsen, overleg met zorgteams en vertrouwenspersonen, en respect voor de gewetensvrijheid van artsen. Tegelijk vertrekt het fundamenteel vanuit één principe: de wil van de patiënt, vastgelegd toen hij of zij nog wilsbekwaam was, verdient respect.
Het is niet aan de overheid om te blijven talmen wanneer het maatschappelijk debat gevoerd is en de nood zo duidelijk is. Als de regering er niet uit geraakt, dan moet het parlement zijn rol spelen.








