Langdurig zieken: ambitieuze cijfers, maar geen geloofwaardige aanpak


Tijdens de bespreking van de beleidsnota Sociale Zaken in de commissie heb ik minister Vandenbroucke uitgebreid bevraagd over zijn aanpak van langdurig zieken. Aanleiding was onder meer het recente advies van het Rekenhof over de begroting. Dat advies laat weinig ruimte voor interpretatie: de cijfers waarop de regering zich baseert, zijn bijzonder optimistisch en op meerdere punten onvoldoende onderbouwd.

Volgens de huidige ramingen zullen de uitgaven voor arbeidsongeschiktheid tegen 2029 oplopen tot meer dan 18 miljard euro, bijna 30% meer dan vandaag. Om die stijging af te remmen, verwacht de regering via haar Terug-Naar-Werk-beleid (TNW) tegen 2029 bijna 1,9 miljard euro te besparen.

Op zich is het logisch dat de focus ligt op het begeleiden van mensen met arbeidspotentieel terug naar werk. Dat is goed voor de betrokkenen zelf, voor de arbeidsmarkt én voor de begroting. Maar goede intenties volstaan niet. Het beleid moet ook realistisch en uitvoerbaar zijn.

En daar wringt het schoentje.

Het Rekenhof wijst erop dat de daling van het aantal langdurig zieken mogelijk overschat wordt. Er zitten fouten in de berekeningen. Bovendien wordt in de begroting al rekening gehouden met opbrengsten van maatregelen waarvan de wetgeving nog niet volledig rond is en waarvoor het extra personeel nog niet eens aangeworven is. Ook met een mogelijke bijkomende instroom vanuit de hervorming van de werkloosheid wordt geen rekening gehouden.

Met andere woorden: de regering rekent zich rijk.

Te weinig ambitie, te veel uitstel

Wat mij daarnaast opvalt in de beleidsnota, is het gebrek aan urgentie. De minister schrijft dat België tegen 2030 moet beschikken over een performant en wendbaar systeem voor de evaluatie van arbeidsongeschiktheid en arbeidspotentieel.

Dat is bijna tien jaar nadat deze minister bevoegd werd voor dit dossier. Terwijl het aantal langdurig zieken jaar na jaar stijgt, schuift men fundamentele hervormingen opnieuw door naar de volgende legislatuur.

Ook het nieuwe concept van arbeidsongeschiktheid, waarbij na zes maanden breder gekeken wordt naar andere functies op de arbeidsmarkt, wordt pas tegen 2028 verder uitgewerkt. Dat zijn cruciale beleidskeuzes. Die horen niet in een studiefase thuis, maar in duidelijke en gedragen beslissingen vandaag.

Onduidelijkheid voor artsen en patiënten

In de beleidsnota wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij behandelend artsen voor de inschatting van arbeidspotentieel. Maar tegelijk blijft onduidelijk wie precies wanneer welke rol opneemt.

Wanneer evalueert de adviserend arts van het ziekenfonds het arbeidspotentieel?

Wanneer komt de arbeidsarts in beeld?

Welke rol blijft er voor de huisarts?

Volgens welke objectieve, wetenschappelijk onderbouwde criteria gebeurt die inschatting?

En hoe wordt het overleg tussen die artsen georganiseerd?

Vandaag zien patiënten én zorgverleners door het bos de bomen niet meer. Dat creëert onzekerheid en administratieve last, terwijl net duidelijkheid en eenvoud nodig zijn.

Ook het Rekenhof stelt expliciet de vraag welke concrete tools, opleidingen en ondersteuning huisartsen zullen krijgen om deze uitgebreide evaluatierol op te nemen. We mogen niet riskeren dat artsen in een dubbelzinnige rol terechtkomen, waarbij ze tegelijk therapeut én controleur moeten zijn.

Het Terug-Naar-Werk-fonds: goede intentie, slechte uitvoering

Het Terug-Naar-Werk-fonds werd opgezet om langdurig zieken via vouchers begeleiding te bieden naar een nieuwe job. Maar in de praktijk blijkt de aanvraagprocedure complex en omslachtig. Zelfs wanneer een patiënt een voucher aanvraagt, moet de adviserend arts van het ziekenfonds nog zijn goedkeuring geven.

Het systeem zit vol administratieve knelpunten. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het fonds onderbenut blijft.

Als we mensen echt perspectief willen bieden, moeten we zorgen voor een eenvoudiger, toegankelijker systeem waarbij begeleiding snel en automatisch kan worden opgestart wanneer er arbeidspotentieel is, zeker wanneer terugkeer naar de eigen werkgever niet mogelijk blijkt.

De solidariteitsbijdrage: responsabiliseren of culpabiliseren?

Het meest controversiële onderdeel van het beleid blijft echter de zogenaamde solidariteits- of responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers.

Sinds de invoering moeten bedrijven met meer dan 50 werknemers 30% van de ziekte-uitkering betalen tijdens de tweede en derde maand van arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2027 wordt dat zelfs uitgebreid naar de vierde en vijfde maand.

Het uitgangspunt van de minister is dat werkgevers mee verantwoordelijk moeten worden gemaakt voor het terugdringen van langdurige uitval. Maar in de praktijk betekent dit dat bedrijven financieel worden aangeslagen voor ziekte, ook wanneer die niets met het werk te maken heeft.

Ik heb dat in de commissie concreet gemaakt met een voorbeeld: wat met een werknemer die tijdens een skivakantie een zwaar ongeval heeft en maanden moet revalideren? Is het rechtvaardig dat de werkgever daarvoor financieel gesanctioneerd wordt?

Ziekte wordt hier op één hoop gegooid, zonder onderscheid tussen werkgerelateerde problemen en gebeurtenissen in de privésfeer. Dat is geen gerichte responsabilisering, maar een algemene heffing op ziekte.

Daarbovenop dreigt deze maatregel ongewenste effecten te hebben. Werkgevers kunnen geneigd zijn om meer met freelancers of tijdelijke contracten te werken om deze extra kost te vermijden. Dat ondergraaft net de stabiliteit op de arbeidsmarkt.

Wie responsabilisering ernstig neemt, moet differentiëren. Een bedrijf dat systematisch boven het sectorgemiddelde uitvalt op vlak van ziekteverzuim, kan aangesproken worden. Maar een algemene belasting op ziekte is een verkeerde reflex.

Bekijk hier mijn filmpje over dit onderwerp. 

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.