Begrotingsdebat: mooie cijfers op papier, maar te weinig antwoorden voor de zorg


Tijdens het begrotingsdebat in de Kamer heb ik verschillende keren het woord genomen over de gezondheidszorg. Laat mij beginnen met te zeggen dat er in deze begroting ook een aantal elementen zitten die we kunnen ondersteunen.

Zo is het positief dat er middelen worden voorzien voor onder meer het plan rond zeldzame ziektes, de aanpak van sepsis en een betere vergoeding voor vroedvrouwen. Ook het feit dat bepaalde medische ingrepen strikter worden afgebakend tot wat medisch noodzakelijk is, is een stap in de goede richting.

Dat zijn belangrijke signalen. Maar tegelijk moeten we vaststellen dat op een aantal fundamentele punten nog steeds grote vragen blijven bestaan.

Grote ambities, weinig duidelijkheid

De gezondheidszorg staat vandaag onder druk. De vraag naar zorg stijgt, het personeelstekort groeit en de middelen zijn niet onbeperkt. Net daarom is het belangrijk dat het beleid duidelijk, realistisch en gedragen is.

Wat tijdens dit debat vooral opviel, is dat er grote ambities worden uitgesproken, maar dat op veel cruciale vragen nog steeds geen duidelijk antwoord komt.

Budget op papier versus realiteit

De regering houdt vast aan een groeinorm van 2% voor de gezondheidszorg. Dat betekent dat het budget elk jaar stijgt, wat op het eerste gezicht positief lijkt. Maar tegelijk wordt meer dan 300 miljoen euro in diezelfde begroting niet effectief uitgegeven. Daardoor ontstaat een verschil tussen wat op papier als investering wordt voorgesteld en wat daadwerkelijk in de zorg terechtkomt.

Dat is niet zonder gevolgen. Die hogere “papieren” basis wordt namelijk meegenomen naar de volgende jaren, waardoor het lijkt alsof er structureel meer middelen beschikbaar zijn dan in werkelijkheid het geval is. Op die manier bouwen we een begroting op die niet volledig strookt met de realiteit.

Remgeld stijgt, maar impact blijft onduidelijk

Een ander belangrijk punt is de aangekondigde verhoging van het remgeld. Dat is het deel dat patiënten zelf betalen voor een consultatie, onderzoek of behandeling. De regering wil hiermee 125 miljoen euro ophalen, maar laat voorlopig in het midden hoe die maatregel concreet zal worden toegepast.

Het blijft onduidelijk welke prestaties duurder zullen worden, welke patiënten getroffen worden en wat de impact zal zijn op de factuur. Dat zorgt voor onzekerheid bij patiënten en maakt het moeilijk om als parlement een goed onderbouwde beslissing te nemen.

Zorgpersoneel blijft de grootste uitdaging

Tegelijk is er een brede consensus dat het tekort aan zorgpersoneel de grootste uitdaging vormt. Vandaag zien we al tekorten in ziekenhuizen en bij huisartsen, en de vergrijzing zal die druk alleen maar vergroten.

Net daarom is het opmerkelijk dat middelen voor zorgpersoneel niet volledig worden benut. Een deel van het budget blijft liggen, onder meer voor zelfstandige verpleegkundigen. Nochtans zijn zij essentieel in de zorg van vandaag en morgen. Zij nemen een groot deel van de thuiszorg op zich, werken vaak op onregelmatige uren en maken het mogelijk dat patiënten sneller het ziekenhuis kunnen verlaten.

Als we echt willen inzetten op zorg dichter bij de patiënt, dan moeten we net daar sterker op investeren.

Te veel controle, te weinig vertrouwen

Wat daarnaast sterk opvalt, is de toenemende focus op controle en inspectie. Uiteraard moet fraude worden aangepakt, maar vandaag dreigt de slinger door te slaan. Er wordt geïnvesteerd in extra inspecteurs en bijkomende controles, terwijl zorgverleners al kampen met een hoge werkdruk en administratieve lasten. Dat creëert een klimaat van wantrouwen.

We hebben in Vlaanderen gezien waar dat toe kan leiden. In de kinderopvang, na een tragisch incident, werd de controle sterk opgedreven. Vandaag geven veel medewerkers aan dat inspecties niet langer worden ervaren als een moment om de kwaliteit te verbeteren, maar als iets waar men bang voor is. Het gevolg is dat mensen afhaken en dat het personeelstekort verder toeneemt.

Diezelfde dynamiek dreigt zich nu ook in de gezondheidszorg te ontwikkelen. In een sector waar we net meer mensen nodig hebben, is dat een bijzonder gevaarlijke evolutie.

Hervormingen blijven uit

Naast deze concrete maatregelen vallen vooral de structurele hervormingen op die uitblijven. De hervorming van de ziekenhuisfinanciering wordt al jaren aangekondigd, maar laat op zich wachten. Ook de hervorming van de nomenclatuur, de lijst die bepaalt hoeveel een zorgverlener krijgt voor een bepaalde prestatie, blijft aanslepen.

Nochtans is die nomenclatuur op veel punten verouderd en zorgt ze voor scheeftrekkingen in het systeem. Dat heeft ook gevolgen voor het debat rond ereloonsupplementen.

Als men die wil beperken, moet men eerst kijken naar wat ze vandaag financieren. In veel gevallen dienen ze om tekorten in de basisfinanciering op te vangen of om innovatie mogelijk te maken. Als je die zomaar beperkt zonder het systeem te hervormen, riskeer je dat investeringen wegvallen en dat de kwaliteit van de zorg onder druk komt te staan.

Daarom is het essentieel om eerst de fundamenten te herbekijken, met een hervorming van de ziekenhuisfinanciering en een grondige actualisering van de nomenclatuur. Pas daarna kan je op een doordachte manier verdere stappen zetten.

Langdurig zieken: probleem groeit, oplossingen blijven uit

Ook het dossier van de langdurig zieken toont aan dat structurele keuzes worden uitgesteld. Het aantal langdurig zieken blijft stijgen en vormt een van de grootste uitdagingen voor onze sociale zekerheid.

De regering schrijft tegen 2029 bijna 2 miljard euro besparingen in, maar volgens het Rekenhof zijn die cijfers onzeker en mogelijk te optimistisch. Tegelijk wordt een grondige hervorming pas later voorzien. Dat betekent dat we nog jaren blijven werken met een systeem waarvan iedereen weet dat het tekortschiet.

De maatregelen die vandaag worden genomen, zijn bovendien vaak complex en moeilijk toepasbaar in de praktijk. Het “Terug Naar Werk”-fonds, dat mensen opnieuw aan het werk moet helpen, wordt bijvoorbeeld weinig gebruikt omdat de procedures te ingewikkeld zijn.

Daarnaast worden werkgevers financieel verantwoordelijk gemaakt voor ziekte in de tweede en derde maand, zelfs wanneer die ziekte niets met het werk te maken heeft. Dat roept vragen op over de rechtvaardigheid en de effectiviteit van die aanpak.

Nood aan duidelijke keuzes en draagvlak

Onze gezondheidszorg staat voor grote uitdagingen en vraagt om duidelijke keuzes. Maar even belangrijk is dat die keuzes gedragen worden door de mensen op het terrein. Zonder vertrouwen en zonder draagvlak bij zorgverleners kan geen enkele hervorming slagen.

Vandaag zien we te vaak het tegenovergestelde: onduidelijkheid over maatregelen, hervormingen die worden uitgesteld en een beleid dat sterk inzet op controle in plaats van ondersteuning.

Als we onze gezondheidszorg toegankelijk en kwaliteitsvol willen houden, moeten we opnieuw vertrekken vanuit vertrouwen, realistische keuzes en investeringen die echt het verschil maken voor patiënten én zorgverleners.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.