Irina De Knop in De Zevende Dag: “Hervormen moet mensen vooruithelpen, niet het systeem nog ingewikkelder maken”


Vorige week was ik te gast in De Zevende Dag voor een debat met minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke over zijn beleid rond langdurig zieken en de toekomst van onze gezondheidszorg.

Tijdens het debat heb ik benadrukt dat hervormingen absoluut nodig zijn, maar dat het huidige beleid volgens mij te weinig resultaten oplevert en vooral steeds complexer wordt.

Vandaag telt België meer dan een half miljoen langdurig zieken. Als het beleid ongewijzigd blijft, kan dat aantal volgens prognoses tegen 2029 oplopen tot meer dan 650.000 mensen. Tegelijk dreigen de jaarlijkse kosten te stijgen tot ongeveer 11 miljard euro per jaar.

Voor mij is het duidelijk: mensen die nog arbeidspotentieel hebben, moeten beter begeleid worden richting werk. Niet alleen omdat dat belangrijk is voor de begroting, maar vooral omdat werk voor veel mensen ook deel kan uitmaken van hun herstelproces. Werk biedt structuur, sociaal contact en perspectief.

Kritiek van het Rekenhof

Tijdens het debat heb ik ook verwezen naar het recente rapport van het Rekenhof, dat bijzonder kritisch is voor de begrotingsramingen van de regering.

De regering rekent erop dat haar beleid rond langdurig zieken 1,9 miljard euro zal opleveren, maar volgens het Rekenhof is die berekening onvoldoende onderbouwd.

Zo gaat de regering er bijvoorbeeld van uit dat jaarlijks 3% van de langdurig zieken opnieuw aan het werk zal gaan. Volgens het Rekenhof is dat een veronderstelling die niet op objectieve cijfers gebaseerd is. Daarnaast zijn veel maatregelen nog niet volledig uitgewerkt en moeten sommige controles nog worden georganiseerd.

Het risico bestaat dus dat de regering zich rijk rekent met besparingen die uiteindelijk niet gerealiseerd worden.

Een systeem dat te complex is geworden

Een tweede probleem is dat het systeem vandaag bijzonder complex is geworden. Bij de opvolging van langdurig zieken zijn verschillende artsen betrokken: de behandelende arts, de adviserend arts van het ziekenfonds en de arbeidsarts.

In de praktijk communiceren die vaak onvoldoende met elkaar en is het onduidelijk wie uiteindelijk de eindverantwoordelijkheid draagt. Het gevolg is een systeem met veel controles, maar weinig duidelijke regie.

Met Anders. pleiten we daarom voor een model waarbij de arbeidsarts een centrale rol krijgt in de re-integratie. Die kent de werkomgeving en kan samen met werknemer en werkgever bekijken welk aangepast werk mogelijk is.

Werkgevers opnieuw de factuur

Ik heb tijdens het debat ook kritiek geuit op de zogenaamde responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers.

Vandaag moeten werkgevers 30% van de ziekte-uitkering betalen tijdens de tweede en derde maand van arbeidsongeschiktheid. Dat betekent dat bedrijven financieel worden aangesproken voor ziekte, ook wanneer die niets met het werk te maken heeft — bijvoorbeeld bij een ongeval in de privésfeer.

Volgens mij is dat de verkeerde reflex. In plaats van werkgevers te bestraffen, moeten we hen betrekken bij oplossingen en hen belonen wanneer ze erin slagen ziekteverzuim te beperken en werknemers succesvol te re-integreren.

Het debat over ereloonsupplementen

Tijdens het debat ging het ook over de spanningen tussen minister Vandenbroucke en de artsen, onder meer rond ereloonsupplementen.

Het klinkt aantrekkelijk om te zeggen dat alle artsen zich aan dezelfde tarieven moeten houden, maar de realiteit is complexer. Die supplementen financieren namelijk ook een deel van de werking van ziekenhuizen en medische innovatie.

Nieuwe apparatuur, innovatieve behandelingen en technologische vooruitgang worden vandaag voor een stuk mogelijk gemaakt door dat systeem.

Als je ereloonsupplementen zomaar beperkt zonder te kijken wat ze vandaag financieren, loop je het risico dat een deel van die innovatie onder druk komt te staan.

Daarom is het volgens mij belangrijk dat de minister eerst werk maakt van twee fundamentele hervormingen:

  • een hervorming van de ziekenhuisfinanciering, zodat ziekenhuizen op een duurzame manier gefinancierd worden;
  • een hervorming van de nomenclatuur, het systeem van codes en tarieven dat bepaalt hoeveel een arts krijgt voor een medische prestatie.

Die nomenclatuur is vandaag verouderd en weerspiegelt vaak niet meer de realiteit van de moderne geneeskunde. Sommige prestaties worden nog altijd vergoed volgens tarieven die tientallen jaren geleden zijn vastgelegd.

Pas wanneer die twee grote hervormingen op orde zijn, kan je op een verstandige manier kijken naar het beperken van ereloonsupplementen.

Hervormen met het werkveld

Onze gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld, dankzij de inzet van duizenden artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals.

Maar hervormingen kunnen alleen slagen wanneer ze worden uitgewerkt met het werkveld en niet tegen het werkveld. Wanneer artsen zich voortdurend geviseerd voelen, dreigt het draagvlak voor noodzakelijke hervormingen volledig te verdwijnen.

Net daarom moeten we vertrekken van vertrouwen, samenwerking en gezond verstand, zodat we een zorgsysteem uitbouwen dat ook in de toekomst toegankelijk en kwalitatief blijft.

Bekijk hier mijn volledige tussenkomst in De Zevende Dag.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.