“Beste lezer, ik ben Lode. Als je dit leest, kan je me alleen nog op tv zien. Ik ben er namelijk niet meer. Ik koos voor een waardig levenseinde.”
Met die woorden opent Lode Deconinck zijn brief. Een brief die raakt, maar vooral confronteert. Want wat hij beschrijft, is geen uitzonderlijk verhaal. Het is de realiteit voor mensen met jongdementie in ons land.
Lode wilde nog leven. Maar hij moest kiezen. Niet tussen leven en sterven, maar tussen twee slechte opties: te vroeg afscheid nemen, of het risico lopen om later zelf niet meer te kunnen beslissen over zijn levenseinde. “Met dementie op jonge leeftijd is kiezen altijd verliezen,” schreef hij.
Dat is geen randprobleem. Dat is een fundamenteel tekort in onze wetgeving.
Wanneer de wet tekortschiet
De huidige euthanasiewet vertrekt vanuit twee situaties: ofwel ben je volledig wilsbekwaam en kan je zelf een verzoek doen, ofwel ben je onomkeerbaar buiten bewustzijn en heb je vooraf een wilsverklaring opgesteld.
Voor mensen met jongdementie werkt dat systeem niet.
Zij verliezen geleidelijk hun wilsbekwaamheid, maar raken nooit buiten bewustzijn zoals een comapatiënt. Daardoor vallen ze tussen twee systemen in. De wet biedt hen geen echte keuze.
Het gevolg is bijzonder hard: wie controle wil behouden, moet te vroeg beslissen. Wie wacht, riskeert die controle volledig te verliezen.
Dat is geen waardige samenleving.
Een concreet antwoord ligt klaar
Daarom ligt er al sinds 2024 ons concreet wetsvoorstel in de Kamer.
Dat voorstel maakt euthanasie mogelijk op basis van een voorafgaande wilsverklaring, ook wanneer iemand later wilsonbekwaam wordt. Het vertrekt vanuit één helder principe: wie vandaag wilsbekwaam is, moet zelf kunnen bepalen wat er gebeurt wanneer die bekwaamheid verdwijnt.
Het doel is eenvoudig: mensen opnieuw zekerheid en regie geven over hun levenseinde.
Het voorstel is geen theoretische oefening. Het is juridisch uitgewerkt, gebaseerd op adviezen van experten en gevoed door hoorzittingen in het parlement.
De keuze voor uitstel
Volgens minister van Justitie Annelies Verlinden wordt er gewerkt aan een “principenota”. Maar laten we eerlijk zijn: dit dossier heeft geen nood meer aan principes. Die zijn al lang duidelijk: zelfbeschikking, waardigheid en autonomie. In dit dossier is dat vooral uitstel vermomd als vooruitgang.
Wat ontbreekt, is geen reflectie, maar politieke moed.
Het debat is gevoerd. De argumenten zijn gewogen. De experten zijn gehoord. En toch blijven we hangen in procedures, nota’s en uitstel. Alsof het probleem nog niet scherp genoeg is gesteld. Alsof er nog bijkomende analyse nodig is.
Maar dat is niet het geval.
Voor mensen zoals Lode is tijd geen abstract begrip. Het is alles. Elke maand uitstel betekent dat iemand opnieuw voor diezelfde onmogelijke keuze komt te staan: te vroeg afscheid nemen, of het risico lopen om die keuze volledig te verliezen.
Te vaak wordt dit debat vastgezet in juridische voorzichtigheid. Alsof we nog zoeken naar antwoorden. Maar achter die voorzichtigheid schuilt vooral een politieke keuze: niets doen is makkelijker dan verantwoordelijkheid nemen.
En dat is precies wat vandaag gebeurt.
Want laten we duidelijk zijn: dit probleem is gekend. Er ligt een uitgewerkt wetsvoorstel op tafel. Er is maatschappelijk draagvlak. Er is wetenschappelijke onderbouwing.
Wat ontbreekt, is de bereidheid om te beslissen.
Lode schreef in zijn brief: “Voor mij komt het te laat, maar dat wil niet zeggen dat het niet meer de moeite waard is.” Dat is geen aanklacht, maar een oproep.
Een oproep om eindelijk te doen wat al lang mogelijk is. Een oproep om te voorkomen dat anderen voor dezelfde keuze worden geplaatst.
Er is geen principenota nodig. Er is een wet nodig.
Ons wetsvoorstel ligt in het parlement. Het is tijd om het te stemmen.
Om deze problematiek aan te kaarten, zijn de vrienden en familie van Lode een petitie gestart. Teken hier de petitie en laat van je horen.








