De burgemeesters van Lennik en Dilbeek hebben op 11 maart overleg gehad met het kabinet van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke over de vliegroutes boven onze regio en de bijhorende geluidshinder.
Aanleiding is het veranderen van de landingsroute bij “oostenwind”. Sinds augustus wordt er op baan 07L satellietgestuurd geland (“RNP approach”). Dat zorgde voor een verschuiving van de landingsroute in onze regio én voor een concentratie op één rechte lijn. Bovendien kunnen vliegtuigen nu ook ’s nachts landen over onze gemeenten door de invoering van deze RNP-procedure.
“Oostenwind”
In ons land is oostenwind eerder de uitzondering dan de regel. De meeste landingen gebeuren dus over de Leuvense regio. Enkel bij een wind sterker dan 7 knopen en een zijwind van 20 knopen wordt het preferentieel baangebruik (PRS) verlaten en wordt er overgeschakeld op het niet-preferentieel baangebruik. Landingen gebeuren dan via de westkant en men stijgt op richting Leuven.
Naast de nieuw gebruikte route, zijn er echter vragen bij het toepassen van deze windnormen. Het gebeurt vaak dat de landingsconfiguratie reeds veranderd bij lagere winden.
Toename gebruik baan 07L en nachtvluchten
Op het kabinet van bevoegd minister Crucke werd een stand van zaken gegeven.
Uit de cijfers blijkt dat landingsbaan 07L in 2025 goed was voor ongeveer 6% van alle landingen terwijl dit in voorgaande jaren rond de 2% schommelde. Men wijt dit aan de werken op de startbanen in augustus. Er zou ook meer oostenwind zijn. “Ons inziens spelen ook andere factoren: te snel overschakelen naar de niet-standaard landingsroute en de bijkomende nachtvluchten die voordien niet mogelijk waren via de oude procedure”, zeggen burgemeesters De Knop en Quaghebeur.
Vragen bij toepassing windnormen en gebruik 07L
Tijdens het overleg werd expliciet gevraagd om duidelijkheid over de toepassing van de windnormen. In de praktijk stellen de gemeenten vast dat er snel wordt overgeschakeld naar baan 07L, zelfs bij beperkte oostenwind. Het is hoogst onduidelijk hoe de luchtverkeersleiding Skeyes de windnormen hanteert en volgens welke ministriële instructie. Bovendien blijkt de gebruikte instructie niet rechtsgeldig te zijn.
Quick-wins
De minister wil in afwachting van de studie over de landingsroute en verduidelijking rond de toepassing van de windnormen, volgende quick-wins introduceren.
1. Interceptie van de vliegtuigen op grotere hoogte (4000 voet i.p.v. 3000), zodat de route ten westen en ten zuiden van de stad hoger wordt gevlogen;
2. Steilere daling (3,2° i.p.v. 3°) zodat ze wat langer hoog blijven;
3. Ruimere toepassing van "Continuous descent operations", d.w.z. dat de vliegtuigen continu dalen i.p.v. trapsgewijs, en daardoor minder motorlawaai produceren.
Eisen van de gemeenten Dilbeek en LenniK
o Landingsbaan 07L kan enkel wordt gebruikt wanneer dat echt noodzakelijk is, zoals ook beschreven in de regelgeving. 6% van de landingen is niet uitzonderlijk meer.
o Hiervoor moet een correcte instructie gegeven worden aan Skeyes waarbij rekening gehouden wordt met gemiddelde windkracht en niet kortstondige windvlagen. Niets belet de minister dit in een instructie op te leggen aan Skeyes.
o De overgangstijd bij een banenwissel verkorten, die vandaag vaak tot 45 minuten kan duren.
o Onmiddellijk stoppen met de nachtlandingen, aangezien die in het verleden nooit via de 07L verliepen. Hiervoor kan baan 01 gebruikt worden die 10 maal minder bewoners treft. Ook op andere minder drukke momenten op de luchthaven moet deze landingsbaan in gebruik genomen worden.
o Betrokkenheid bij de implementatie van de nieuwe RNP landingsroute. Deze zal altijd boven onze regio liggen. Betrokkenheid is dus evident om ons te verzekeren van de minste impact op onze bewoners.
Met betrekking tot de voorgestelde quick-wins zeggen de burgemeesters: “De voorgestelde aanpassingen zijn positief, maar ruim onvoldoende. We vragen duidelijke keuzes die de hinder aanzienlijk verminderen: correcte toepassing van de windnormen, een (uitzonderings)route die zo weinig mogelijk bewoners impacteert en een onmiddellijke stopzetting van de nachtvluchten boven dicht bevolkt gebied. Wij zullen deze vragen ook overmaken aan de minister. We blijven het dossier nauwgezet opvolgen.”








