In de Kamer ligt momenteel een wetsvoorstel van N-VA op tafel dat de regels rond eiceldonatie grondig wil hervormen. Op het eerste gezicht lijkt dat voorstel te vertrekken vanuit een begrijpelijke bezorgdheid: donoren beter beschermen en meer transparantie creëren. Maar wie het voorstel grondig bekijkt, merkt al snel dat het in de praktijk een heel andere impact dreigt te hebben. In plaats van bescherming te versterken, dreigt het systeem net zwaarder, duurder en minder toegankelijk te worden.
Dat baart mij grote zorgen.
België als voortrekker, maar onder druk
België heeft vandaag een sterke reputatie op het vlak van fertiliteitszorg. Ons land behoort al jaren tot de top in medisch begeleide voortplanting, met kwalitatieve zorg en een relatief toegankelijk systeem. Voor heel wat mensen is eiceldonatie bovendien de enige manier om een kinderwens te realiseren.
Het is precies die toegankelijkheid die vandaag onder druk komt te staan.
Een voorstel dat het systeem fundamenteel verandert
Het wetsvoorstel van N-VA wil een volledig nieuwe en aparte procedure invoeren voor eiceldonatie. Daarbij worden tal van bijkomende verplichtingen opgelegd, zoals een aparte arts voor de donor, verplichte psychologische evaluaties, meerdere gesprekken en wachttijden, langdurige medische opvolging en zelfs een verzekering die tot twintig jaar na de donatie moet lopen. Ook wordt elke vorm van werving van donoren verboden en wordt er gewerkt met een uniforme vergoeding voor alle donoren
De bedoeling is volgens de indieners om de rechten en bescherming van donoren te versterken . Maar in de praktijk leidt deze aanpak tot een zeer complex en zwaar systeem dat moeilijk werkbaar dreigt te worden.
Wantrouwen als uitgangspunt
Wat vooral opvalt, is dat dit voorstel vertrekt vanuit een fundamenteel wantrouwen tegenover fertiliteitscentra en zorgverleners. Impliciet wordt de indruk gewekt dat de huidige praktijk onvoldoende veilig of zorgvuldig zou zijn.
Dat beeld strookt niet met de realiteit. Integendeel: de sector werkt vandaag al volgens duidelijke medische en ethische regels, met aandacht voor zowel donoren als wensouders.
Door daar een extra laag van controle en verplichtingen bovenop te leggen, dreigen we het evenwicht net te verstoren.
Meer regels, minder toegankelijkheid
De impact van dit voorstel zal niet theoretisch blijven. Door de combinatie van bijkomende procedures, verplichte opvolging en extra verzekeringen stijgt de kostprijs aanzienlijk. Die kosten zullen uiteindelijk ergens terechtkomen: bij de fertiliteitscentra of bij de wensouders zelf.
Het gevolg is voorspelbaar. Eiceldonatie wordt duurder, complexer en minder toegankelijk. En dat terwijl er vandaag al een tekort is aan donoren.
Risico op minder donoren en meer schaarste
Net dat tekort dreigt door dit voorstel nog groter te worden. De zware procedures en het verbod op werving maken het minder evident voor vrouwen om donor te worden. Fertiliteitscentra geven bovendien aan dat het systeem in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zal zijn.
Als donoren afhaken en centra terughoudender worden, ontstaat er nog meer schaarste. En die schaarste heeft directe gevolgen voor wensouders.
Kinderwens in het gedrang
Voor mensen met een kinderwens betekent dit concreet langere wachttijden, hogere kosten en in sommige gevallen zelfs geen toegang meer tot behandeling in België. Wie het zich kan permitteren, zal uitwijken naar het buitenland. Wie dat niet kan, blijft achter zonder oplossing.
Dat is geen beleid dat vertrekt vanuit gelijke kansen.
Gebrek aan overleg met het werkveld
Wat dit alles nog problematischer maakt, is dat het voorstel tot stand kwam zonder grondig overleg met het werkveld. Fertiliteitsartsen en experten wijzen erop dat bepaalde maatregelen medisch niet correct zijn en praktisch moeilijk uitvoerbaar.
Een duurzaam beleid kan alleen tot stand komen door samen te werken met de mensen die dagelijks op het terrein staan. Dat ontbreekt hier.
Nood aan een evenwichtig alternatief
Voor mij is het duidelijk dat we een andere weg moeten inslaan. Donoren verdienen bescherming, daar is geen twijfel over. Maar die bescherming moet proportioneel, realistisch en werkbaar zijn.
We hebben nood aan een beleid dat vertrekt vanuit vertrouwen, wetenschappelijke evidentie en overleg. Een beleid dat zowel rekening houdt met de rechten van donoren als met de kinderwens van duizenden mensen.
Want uiteindelijk gaat dit niet over regels of procedures.
Het gaat over mensen. Over hun toekomst. En over de keuzes die wij als samenleving maken.








