Donderdag heb ik in de plenaire vergadering minister Vandenbroucke bevraagd over zijn aangekondigde “hervormingspact” voor de ziekenfondsen. Dat pact kwam er nadat de voorbije maanden steeds meer vragen rezen over de werking van de mutualiteiten, de begeleiding van langdurig zieken en de manier waarop overheidsgeld vandaag wordt ingezet.
Laat mij duidelijk zijn: in het voorstel van de minister zitten een aantal maatregelen waar wij ons in kunnen vinden. Maar tegelijk blijft de fundamentele hervorming opnieuw uit.
Het systeem van langdurig zieken zit fundamenteel fout
Het is vandaag voor iedereen duidelijk dat het systeem rond langdurig zieken ernstige problemen kent.
België telt ondertussen bijna 600.000 langdurig zieken en de kostprijs voor onze sociale zekerheid loopt op tot meer dan 12 miljard euro per jaar.
De voorbije maanden werd bovendien duidelijk dat er grote verschillen bestaan tussen mutualiteiten in de beoordeling van dossiers en in de controle op arbeidsongeschiktheid.
Voor mij toont dat aan dat het systeem fundamenteel anders georganiseerd moet worden.
Toch blijft minister Vandenbroucke vasthouden aan hetzelfde model, waarbij de ziekenfondsen een centrale rol blijven spelen in zowel begeleiding als controle.
Goede maatregelen, maar onvoldoende structurele keuzes
In het hervormingspact staan een aantal voorstellen die volgens mij logisch zijn.
Zo wil de minister bijvoorbeeld dat ziekenfondsen geen remgeld meer terugbetalen via aanvullende voordelen. Dat is iets waar wij zelf ook al voorstellen rond indienden, omdat zulke systemen vandaag vaak gebruikt worden als commerciële lokmiddelen om leden aan te trekken.
Ook het idee dat aanvullende voordelen sterker gelinkt moeten zijn aan gezondheid en wetenschappelijke evidentie is verdedigbaar.
Daarom ontstaat nu bijvoorbeeld discussie over de terugbetaling van homeopathie en acupunctuur. De minister stelt terecht vragen bij het gebruik van middelen voor behandelingen waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat.
Maar tegelijk moeten we opletten dat het debat niet gereduceerd wordt tot enkele symbolische voorbeelden.
De echte vraag is veel fundamenteler: hoe organiseren we onze gezondheidszorg en onze ziekteverzekering op een efficiënte, transparante en eerlijke manier?
N-VA roept hard, maar Vandenbroucke beslist
Wat vooral opvalt, is dat de grote hervormingen waar meerderheidspartijen de voorbije weken mee uitpakten, uiteindelijk nergens concreet terug te vinden zijn.
Zo pleitte N-VA er eerder voor om de controle op langdurig zieken weg te halen bij de adviserende artsen van de mutualiteiten wegens mogelijke belangenvermenging.
Maar daar verandert uiteindelijk niets aan.
Ook voorstellen om de ziekenfondsen fundamenteel anders te organiseren of hun macht af te bouwen, blijven uit.
Voor mij toont dat vooral aan wie binnen deze regering echt de lijnen uitzet.
N-VA mag harde verklaringen afleggen, maar finaal blijft minister Vandenbroucke bepalen wat er wel en niet gebeurt.
Geen fundamentele hervorming van de ziekenfondsen
De minister spreekt over responsabilisering en modernisering van de mutualiteiten, maar in werkelijkheid blijft het huidige model grotendeels overeind.
Nochtans blijven de problemen zich opstapelen:
- hoge administratiekosten,
- versnipperde structuren,
- grote verschillen tussen mutualiteiten,
- en onvoldoende objectieve controle op langdurige arbeidsongeschiktheid.
Bovendien krijgen de ziekenfondsen ondanks alle kritiek nog steeds enorme publieke middelen. Vandaag ontvangen ze meer dan 1,3 miljard euro werkingsmiddelen van de overheid.
Voor mij is het dan ook moeilijk te begrijpen dat er opnieuw vooral gekozen wordt voor beperkte bijsturingen in plaats van echte structurele hervormingen.
Parlementaire onderzoekscommissie nodig
Net omdat de problematiek rond langdurige ziekte ondertussen zo groot geworden is, hebben wij als fractie deze week ook een voorstel ingediend voor de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie.
De voorbije maanden kwamen steeds meer pijnpunten naar boven:
- grote verschillen tussen mutualiteiten,
- vragen over belangenvermenging,
- gebrekkige controles,
- rapporten die jarenlang in de kast bleven liggen,
- en een gebrek aan duidelijke verantwoordelijkheid.
Tijdens de hoorzittingen van vorige week werd voor mij vooral duidelijk dat er nog altijd fundamentele vragen onbeantwoord blijven.
Wie wist wat? Waarom werd belangrijke informatie niet gedeeld? Waarom zijn eerdere aanbevelingen nooit uitgevoerd? En waarom blijft iedereen vandaag naar elkaar wijzen?
Voor mij is de maat vol.
Daarom hebben wij donderdag in de plenaire vergadering gevraagd om de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie dringend te behandelen. Een grondig onderzoek is noodzakelijk om eindelijk duidelijkheid te krijgen over hoe het systeem vandaag werkt, welke mechanismen falen en waarom de controle op langdurige arbeidsongeschiktheid zo problematisch verloopt.
Maar de meerderheid heeft die vraag naar urgentie weggestemd.
Dat is bijzonder teleurstellend.
Want net nu er zoveel vragen leven bij de bevolking én binnen het parlement, zou maximale transparantie vanzelfsprekend moeten zijn.
Voor mij is het duidelijk: zonder grondig onderzoek en zonder structurele hervormingen riskeren we dat dezelfde problemen zich blijven herhalen, terwijl de kostprijs verder oploopt en het draagvlak voor onze sociale zekerheid onder druk komt te staan.
Bekijk hier mijn tussenkomst in de plenaire vergadering.








