Afgelopen maandag vonden in de Kamer hoorzittingen plaats met het RIZIV en de mutualiteiten over de aanpak van langdurig zieken. Wat daar op tafel kwam, bevestigt voor mij vooral één ding: het huidige systeem werkt fundamenteel niet meer.
De cijfers zijn bijzonder zwaar. België telt vandaag bijna 600.000 langdurig zieken en de kostprijs voor onze sociale zekerheid bedraagt ondertussen meer dan 12 miljard euro per jaar. Tijdens de voorbije zes jaar steeg die kost bovendien met ongeveer 50%.
Dat moet bij iedereen een gevoel van urgentie creëren.
Grote verschillen in beoordelingen
Tijdens de hoorzittingen werd opnieuw verwezen naar de grote variabiliteit in beoordelingen van langdurig zieken. Mutualiteiten probeerden dat onder meer te verklaren door verschillen in interpretatie, de rol van werkgevers en de complexiteit van dossiers.
Maar voor mij verandert dat niets aan de essentie.
Uit steekproeven van zowel 2020 als 2024 blijkt dat in een aanzienlijk aantal gevallen mensen onterecht in invaliditeit blijven. Zelfs wanneer je rekening houdt met interpretatieverschillen, blijven de discrepanties veel te groot.
Bovendien bleek uit het rapport van 2020 al dat in 87% van de dossiers de erkenning van arbeidsongeschiktheid gewoon automatisch werd bevestigd. Dat roept fundamentele vragen op over de kwaliteit en de ernst van de controles.
Mutualiteiten zijn rechter én partij
Een belangrijk probleem blijft volgens ons de rol van de mutualiteiten zelf.
Vandaag begeleiden én beoordelen ziekenfondsen langdurig zieken. Daardoor zijn ze tegelijk begeleider, controleur én betrokken partij. Dat systeem zorgt voor te weinig objectiviteit en onvoldoende uniforme beoordelingen.
Daarom pleiten wij ervoor om de controle onafhankelijk te organiseren.
Als adviserend artsen ondergebracht worden in een onafhankelijk orgaan, kan er eindelijk gewerkt worden aan een meer uniforme en objectieve aanpak.
Minister schuift verantwoordelijkheid door
Wat tijdens de hoorzittingen ook opviel, was hoe minister Vandenbroucke opnieuw de verantwoordelijkheid doorschuift.
Eerder kregen het FAGG en het RIZIV kritiek. Vandaag zijn het plots de ziekenfondsen die onder vuur liggen. Maar ondertussen is het aantal langdurig zieken onder zijn beleid wel fors blijven stijgen.
De politieke verantwoordelijkheid van de minister is dan ook bijzonder groot.
Van passiviteit naar re-integratie
Voor ons moet het systeem veel sterker inzetten op snelle opvolging en re-integratie.
Vandaag blijven te veel mensen passief in ziekte zonder duidelijke begeleiding richting werk. Nochtans weten we dat een snelle en gerichte aanpak net cruciaal is.
Daarom pleiten wij voor:
- sneller starten met opvolging en begeleiding
- meer focus op wat mensen nog wél kunnen
- aangepast werk waar mogelijk
- en een systeem waarin re-integratie geen vrijblijvende oefening is
Wie écht ziek is, moet beschermd worden. Maar wie nog arbeidspotentieel heeft, moet sneller geholpen worden richting aangepast werk.
Ook het Terug-naar-Werkfonds faalt
Tijdens de hoorzittingen werd ook opnieuw duidelijk dat het Terug-naar-Werkfonds nauwelijks gebruikt wordt.
Hoewel er middelen en begeleiding voorzien zijn, blijft het aantal trajecten bijzonder beperkt. Dat is problematisch, want uit ervaringen op het terrein blijkt net dat zulke trajecten vaak wél succesvol kunnen zijn wanneer mensen actief begeleid worden.
Ook daar toont het huidige systeem dus zijn beperkingen.
Tijd voor structurele keuzes
Voor mij is de conclusie duidelijk: we hebben nood aan structurele hervormingen.
Niet aan nog meer rapporten of eindeloze discussies, maar aan een systeem dat sneller, objectiever en activerender werkt.
Want hoe langer we wachten, hoe groter de factuur — voor onze sociale zekerheid, maar ook voor de mensen die vandaag vastzitten in een systeem dat hen te weinig vooruit helpt.








