Vandenbroucke juicht te vroeg: langdurig zieken verdienen meer dan halve maatregelen


Mensen die ziek zijn, moeten we beschermen. Maar wie opnieuw kan werken, moeten we ook alle kansen geven om terug aan de slag te gaan. Dat is voor mij de basis van een goed beleid rond langdurig zieken.

Deze week stond dat dossier opnieuw centraal. Nieuwe voorspellingen over het aantal langdurig zieken zorgden voor optimisme bij minister Vandenbroucke en Vooruit. Tegelijk bespraken we in de commissie Sociale Zaken een nieuw wetsontwerp om langdurig zieken sneller naar werk te begeleiden.

Mijn conclusie na deze week is duidelijk: de minister juicht veel te vroeg. De voorspellingen zijn nog geen resultaten en zijn nieuwe maatregelen gaan niet ver genoeg.

Bijna 550.000 langdurig zieken blijft veel te veel

België heeft een uitstekend zorgsysteem. Toch is het aantal mensen dat langer dan een jaar arbeidsongeschikt is de voorbije jaren enorm gestegen.

In 2025 ging het om bijna 550.000 mensen. Alleen al de uitkeringen voor langdurig zieken kosten onze sociale zekerheid inmiddels meer dan 10 miljard euro per jaar.

Recent kwamen er nieuwe voorspellingen waaruit blijkt dat het aantal langdurig zieken tegen 2029 mogelijk zou dalen. Dat is positiever dan eerdere verwachtingen.

Bij minister Vandenbroucke en Vooruit klinkt daarom plots een hoerastemming.

Maar laten we eerlijk blijven: dat zijn voorspellingen, geen resultaten.

Het is helemaal niet zeker dat die daling er ook daadwerkelijk komt. En zelfs als de voorspelling klopt, zitten we in 2029 nog altijd ongeveer op hetzelfde niveau als in 2023. Toen was de situatie al bijzonder zorgwekkend.

Bovendien blijven de uitgaven aan ziekte-uitkeringen volgens de voorspellingen stijgen. De factuur voor onze sociale zekerheid wordt dus niet zomaar kleiner.

Toch lijkt Vooruit ervan uit te gaan dat het op dit vlak zijn bijdrage aan de begrotingsinspanning al heeft geleverd.

Maar waar is de besparing? Het aantal langdurig zieken moet nog dalen en de uitgaven blijven voorlopig stijgen.

In plaats van nu al de overwinning uit te roepen, zou de minister beter verder hervormen.

Nieuwe terug-naar-werkmaatregelen: een stap vooruit, maar onvoldoende

Deze week bespraken we in de commissie Sociale Zaken ook een nieuw wetsontwerp waarmee de regering haar terug-naar-werkbeleid wil versterken.

Het ontwerp bevat verschillende maatregelen. Zo wil de regering langdurig zieken vaker opvolgen, de controle op ziekteattesten versterken en werkgevers extra stimuleren om mensen opnieuw aan het werk te helpen.

Sommige voorstellen zijn positief.

Zo wordt de premie voor werkgevers die langdurig zieken opnieuw aan het werk helpen verhoogd van 1.725 naar 3.000 euro. Ook wil de regering de begeleiding via het Terug Naar Werk-fonds toegankelijk maken vanaf de zevende maand arbeidsongeschiktheid.

Dat zijn stappen in de juiste richting.

Maar volgens mij moeten we veel vroeger ingrijpen.

Hoe langer iemand thuiszit, hoe moeilijker het vaak wordt om opnieuw aan het werk te gaan. Daarom moeten we mensen begeleiden zodra duidelijk wordt dat ze niet zomaar naar hun vorige job kunnen terugkeren.

Waarom wachten tot de zevende maand als we in sommige situaties al na drie maanden weten dat iemand andere begeleiding nodig heeft?

Eén controle om de vier jaar is geen sterk opvolgingsbeleid

Een van mijn belangrijkste bezwaren gaat over de medische opvolging.

De regering wil dat langdurig zieken minstens één keer om de vier jaar worden uitgenodigd voor een fysiek contact met een arts of een medewerker van het ziekenfonds.

Maar is één contact om de vier jaar werkelijk voldoende om mensen goed op te volgen?

Volgens mij niet.

Wie ernstig ziek is en niet meer kan werken, moet uiteraard de nodige bescherming krijgen. Maar bij mensen die nog mogelijkheden hebben om te werken, moeten we veel sneller en regelmatiger bekijken welke stappen mogelijk zijn.

Daarbij moeten we niet alleen kijken naar wat iemand niet meer kan, maar vooral ook naar wat iemand nog wél kan.

Misschien kan iemand niet meer terugkeren naar zijn vroegere job, maar wel aangepast werk doen of een andere functie opnemen.

Daar moeten we veel meer op inzetten.

Laat arbeidsongeschiktheid onafhankelijk beoordelen

Daarnaast blijf ik pleiten voor een onafhankelijke medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid.

Vandaag spelen de adviserend artsen van de ziekenfondsen daarin een belangrijke rol. Met dit wetsontwerp blijft die structuur grotendeels behouden.

Tegelijk wil de regering huisartsen verplichten om bij langdurige arbeidsongeschiktheid minstens jaarlijks een nieuw medisch attest op te stellen.

Maar een huisarts heeft in de eerste plaats een vertrouwensrelatie met zijn patiënt. We mogen huisartsen niet opzadelen met steeds meer administratieve controles, terwijl hun belangrijkste taak het behandelen en begeleiden van patiënten is.

De beoordeling of iemand nog recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, moet gebeuren door onafhankelijke artsen, op basis van duidelijke en dezelfde criteria voor iedereen.

Dat is eerlijker voor patiënten en zorgt voor meer vertrouwen in ons systeem.

Meer geld voor ziekenfondsen, maar waar blijven de efficiëntiewinsten?

Nog een opvallende maatregel: de regering voorziet extra middelen voor de ziekenfondsen om bijkomende controles en medische opvolging te organiseren.

Vanaf 2028 gaat het om maar liefst 17 miljoen euro extra per jaar.

Dat roept bij mij vragen op.

Terwijl burgers en ondernemingen voortdurend gevraagd wordt om efficiënter te werken, krijgen de ziekenfondsen opnieuw extra werkingsmiddelen. Waarom onderzoekt de regering niet eerst hoe de bestaande middelen beter kunnen worden ingezet?

En dan is er nog de houding van N-VA. Die partij pleit in de media regelmatig voor een onafhankelijke controle van langdurig zieken, buiten de ziekenfondsen. Maar tegelijk steunt ze als regeringspartij een wetsontwerp dat diezelfde ziekenfondsen vanaf 2028 jaarlijks 17 miljoen euro extra geeft.

Hoe valt dat met elkaar te rijmen? Als N-VA werkelijk vindt dat de controle onafhankelijk moet gebeuren, waarom blijft ze dan extra middelen geven aan het huidige systeem?

Voor mij is de keuze duidelijk: we moeten werk maken van een onafhankelijke medische beoordeling, met dezelfde regels voor iedereen.

Meer geld geven aan een systeem dat je zelf ter discussie stelt, is geen structurele hervorming.

Beschermen wie ziek is, begeleiden wie opnieuw kan werken

Het debat over langdurig zieken wordt vaak voorgesteld alsof we moeten kiezen tussen mensen beschermen of mensen opnieuw aan het werk helpen.

Maar dat is een valse tegenstelling.

Wie ernstig ziek is, verdient bescherming en zekerheid. Daar mag geen twijfel over bestaan.

Maar wie opnieuw kan werken, moet ook tijdig de juiste begeleiding krijgen. Niet pas nadat iemand jarenlang thuis heeft gezeten.

Daarom blijf ik pleiten voor een beleid dat vroeger ingrijpt, mensen beter begeleidt en arbeidsongeschiktheid onafhankelijk laat beoordelen.

De nieuwe voorspellingen mogen geen excuus worden om de hervormingen stil te leggen.

Want bijna 550.000 langdurig zieken blijft veel te veel. En zolang de uitgaven blijven stijgen en mensen onvoldoende geholpen worden om opnieuw aan het werk te gaan, is er geen reden om de overwinning uit te roepen.

Bekijk hier het filmpje.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.