Minister Vandenbroucke heeft opnieuw maatregelen voorgesteld om het aantal langdurig zieken terug te dringen.
Dat is nodig. België telt vandaag meer langdurig zieken dan ooit tevoren en de kostprijs van arbeidsongeschiktheid is opgelopen tot ongeveer 11 miljard euro per jaar. Toch blijft de vraag of de regering vandaag wel de juiste keuzes maakt.
Veel van wat nu wordt voorgesteld, werd de voorbije maanden al aangekondigd of beslist. Intussen blijft de fundamentele hervorming uit.
Nochtans is het probleem duidelijk. Vandaag blijven te veel mensen met arbeidspotentieel te lang aan de zijlijn staan.
Te weinig focus op re-integratie
Er zijn vandaag ongeveer honderd terug-naar-werkcoördinatoren actief binnen de ziekenfondsen. Hun opdracht bestaat erin langdurig zieken te begeleiden richting werkhervatting.
Dat idee is op zich waardevol. Alleen blijven de resultaten beperkt.
Te vaak worden mensen niet effectief toegeleid naar begeleiding, opleiding of een traject richting werk. In de praktijk worden terug-naar-werkcoördinatoren bovendien vaak ingezet om administratieve verplichtingen af te handelen, terwijl hun expertise veel meer zou kunnen worden ingezet om mensen opnieuw perspectief op werk te geven.
Wie mensen opnieuw wil activeren, moet ervoor zorgen dat begeleiding centraal staat.
Arbeidspotentieel moet leiden tot actie
Vandaag blijft het zetten van concrete stappen richting werk vaak vrijwillig, zelfs wanneer vastgesteld wordt dat iemand nog arbeidspotentieel heeft.
Dat is volgens mij een fundamenteel probleem.
Wie echt ziek is, verdient bescherming en ondersteuning.
Maar wanneer blijkt dat iemand nog mogelijkheden heeft op de arbeidsmarkt, dan moeten we daar ook consequent naar handelen. Dan moet automatisch een traject naar werk volgen, met begeleiding, opleiding of herscholing waar nodig.
Om mensen te motiveren om ook buiten hun huidige job of werkplek naar mogelijkheden te kijken, moeten terug-naar-werktrajecten verplicht worden zodra arbeidspotentieel is vastgesteld.
Wie zonder geldige reden weigert mee te werken, moet daar gevolgen van ondervinden.
Dat is geen strafbeleid. Dat is een logisch onderdeel van een systeem dat mensen opnieuw kansen wil geven op de arbeidsmarkt.
De regels zijn te rigide
Daarnaast blijft ook een tweede belangrijke hervorming uit: de modernisering van de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Vandaag wordt nog te vaak gekeken naar de huidige job of een vergelijkbare functie. Daardoor worden mensen soms afgeschreven terwijl ze met de juiste begeleiding, opleiding of herscholing nog perfect in een andere functie aan de slag kunnen.
Het feit dat iemand zijn oude beroep niet meer kan uitoefenen, betekent niet automatisch dat die persoon nergens anders meer inzetbaar is.
Daarom moeten we veel meer vertrekken van wat mensen nog wél kunnen.
Dat vraagt een modernisering van de regels rond arbeidsongeschiktheid. Precies dat debat blijft minister Vandenbroucke vandaag uitstellen.
Tijd voor resultaten
Na bijna zes jaar bevoegdheid hebben we nood aan resultaten.
Niet aan een nieuwe verpakking van maatregelen die grotendeels al aangekondigd waren.
De uitdaging is niet alleen om langdurige ziekte correct te ondersteunen, maar ook om mensen met arbeidspotentieel opnieuw perspectief op werk te geven.
Wie echt ziek is, verdient bescherming.
Maar wie nog mogelijkheden heeft, verdient een beleid dat die mogelijkheden actief helpt benutten.
Dat is de hervorming die vandaag ontbreekt.








