De gemeenteraad van Lennik heeft groen licht gegeven om bij de Vlaamse overheid een vrijstelling te vragen voor de specifieke inhaalbeweging voor sociale woningen.
Als gemeente blijven we ons engageren om betaalbaar wonen mogelijk te maken. Maar tegelijk moeten we ook realistisch blijven over wat in Lennik haalbaar is. De combinatie van beperkte bouwmogelijkheden, hoge grond- en huurprijzen en stijgende bouwkosten maakt het bijzonder moeilijk om de opgelegde doelstellingen volledig te realiseren.
Betaalbaar wonen blijft belangrijk
Laat mij duidelijk zijn: betaalbaar wonen is en blijft een belangrijke uitdaging, ook in Lennik. We weten dat heel wat mensen het moeilijk hebben om een betaalbare woning te vinden in de regio waar ze zijn opgegroeid, werken of hun sociaal netwerk hebben.
Daarom blijven we als gemeente inspanningen leveren om waar mogelijk bijkomende betaalbare en sociale woningen te realiseren. Projecten moeten echter ook ruimtelijk, financieel en praktisch haalbaar zijn.
Lennik botst op dezelfde problemen als de Vlaamse Rand
De Vlaamse overheid wil tegen 2042 in heel Vlaanderen 50.000 extra sociale woningen realiseren via het vernieuwde sociaal bindend objectief. Gemeenten die vandaag achterlopen op hun quota moeten via een specifieke inhaalbeweging bijkomende inspanningen leveren.
Voor verschillende gemeenten in de Vlaamse Rand en voor Halle erkent de Vlaamse overheid dat de realisatie van bijkomende sociale woningen daar bijzonder moeilijk is. Zij kunnen daarom grotendeels vrijgesteld worden van die bijkomende verplichting.
Lennik valt vandaag niet onder die regeling, maar kampt wel met gelijkaardige problemen.
Slechts een beperkt deel van ons grondgebied is bebouwbaar. Daarbovenop komen de hoge vastgoedprijzen in onze regio en de sterk gestegen kostprijs van bouwmaterialen. Die combinatie maakt het bijzonder moeilijk om sociale woonprojecten op korte termijn en tegen haalbare voorwaarden te realiseren.
Engagement én realisme
De vraag naar een vrijstelling betekent niet dat Lennik zijn verantwoordelijkheid wil ontlopen.
Integendeel. We blijven als lokaal bestuur zoeken naar mogelijkheden om betaalbaar wonen te versterken. Maar we willen vermijden dat onze gemeente financieel gestraft wordt wanneer opgelegde doelstellingen in de praktijk niet haalbaar blijken.
Als we ondanks inspanningen de opgelegde resultaten niet halen, dreigen boetes. Dat zou uiteindelijk opnieuw de Lennikse belastingbetaler treffen. Dat willen we vermijden.
Daarom vragen we aan de Vlaamse overheid om ook voor Lennik rekening te houden met de specifieke ruimtelijke en financiële realiteit van onze gemeente.
Geen gebrek aan ambitie
Tijdens de gemeenteraad werd vanuit de oppositie gevraagd of deze aanvraag betekent dat Lennik zijn ambitie rond sociale woningen loslaat. Dat is niet het geval.
We willen blijven werken aan betaalbare woonmogelijkheden voor mensen die in Lennik willen blijven wonen. Maar goed beleid betekent ook erkennen wanneer opgelegde doelstellingen niet aansluiten bij de lokale realiteit.
Lennik is een landelijke gemeente met beperkte bouwruimte. We kunnen niet overal zomaar bijkomende woningen realiseren zonder rekening te houden met open ruimte, dorpskernen, mobiliteit en leefkwaliteit.
Nu is Vlaanderen aan zet
De gemeenteraad heeft de aanvraag goedgekeurd. Nu is het aan de Vlaamse overheid om te beslissen of Lennik dezelfde uitzondering kan krijgen als gemeenten met vergelijkbare uitdagingen in de Vlaamse Rand.
Voor mij is de boodschap duidelijk: we engageren ons, maar we moeten ook realistisch blijven. Betaalbaar wonen blijft belangrijk, maar de doelstellingen moeten haalbaar, rechtvaardig en aangepast zijn aan de realiteit van elke gemeente.







