Geen nieuwe factuur voor patiënten, maar gerichte hervormingen in de gezondheidszorg


De nieuwe nota over mogelijke miljardenbesparingen in de gezondheidszorg heeft opnieuw een debat op gang gebracht over hoe we onze zorg betaalbaar houden.

Dat debat is nodig. De gezondheidsuitgaven stijgen jaar na jaar en de vergrijzing zal de druk de komende decennia alleen maar vergroten. Niets doen is geen optie.

Maar telkens opnieuw een nieuwe factuur naar patiënten doorschuiven, is geen hervorming. Dat is de gemakkelijkste weg.

Voor mij moet het debat gaan over de echte structurele problemen in onze gezondheidszorg: overconsumptie, het veel te ruim geworden systeem van de verhoogde tegemoetkoming en de automatische groei van het gezondheidsbudget zonder voldoende hervormingen.

Pak overconsumptie gericht aan

Wie zorg nodig heeft, moet die kunnen krijgen. Dat staat buiten discussie.

Maar we moeten ook durven erkennen dat overconsumptie bestaat. Onnodige consultaties en verstrekkingen belasten niet alleen zorgverleners, maar ook de ziekteverzekering en dus uiteindelijk alle belastingbetalers.

Het remgeld speelt daarin een rol. Dat is het bedrag dat een patiënt zelf betaalt bij een doktersbezoek of een andere zorgprestatie.

Vandaag betaalt iemand met verhoogde tegemoetkoming vaak ongeveer 1 euro en iemand zonder verhoogde tegemoetkoming ongeveer 4 euro. Die bedragen zijn jarenlang nauwelijks geëvolueerd en staan steeds minder in verhouding tot de werkelijke kost van zorg.

Daarom pleit ik voor een eenvoudiger en duidelijker systeem:

  • 5 euro remgeld voor mensen met verhoogde tegemoetkoming;
  • 10 euro voor alle andere patiënten.

Dat blijft sociaal gecorrigeerd en betaalbaar, maar herstelt ook een zekere verantwoordelijkheid. Wie zorg echt nodig heeft, moet die blijven krijgen. Tegelijk mag het systeem mensen aansporen om bewust met zorg om te gaan.

Op basis van de beschikbare cijfers ramen we de mogelijke besparing van deze hervorming op ongeveer 2,6 miljard euro. Dat bedrag moet uiteraard nog worden gecorrigeerd voor de maximumfactuur en mogelijke gedragseffecten, maar het toont aan dat een gerichte hervorming veel potentieel heeft.

Verhoogde tegemoetkoming opnieuw richten op wie ze echt nodig heeft

Een tweede belangrijke hervorming gaat over de verhoogde tegemoetkoming.

Dat systeem zorgt ervoor dat mensen in een kwetsbare financiële situatie minder betalen voor gezondheidszorg. Het is een belangrijk sociaal instrument en moet behouden blijven.

Maar vandaag hebben ongeveer 2,4 tot 2,5 miljoen Belgen recht op die verhoogde tegemoetkoming. Dat is ongeveer één op de vijf Belgen. Het systeem is de voorbije jaren zo breed geworden dat we opnieuw moeten durven bepalen wie we echt willen beschermen.

Wie kwetsbaar is, moet maximaal beschermd blijven. Maar bij de beoordeling van de draagkracht van een gezin moeten we breder kijken dan alleen naar het loon. Ook andere inkomsten en de werkelijke financiële situatie moeten mee in rekening worden gebracht.

Een eerste ruwe oefening toont hoe groot de hervormingsmarge is. Wanneer de automatische bescherming zou worden beperkt tot de meest kwetsbare statuten — zoals leefloon, inkomensgarantie voor ouderen, maatschappelijke dienstverlening en tegemoetkomingen voor personen met een handicap — gaat het om ongeveer 611.000 personen.

Aan een gemiddelde terugbetaling van 5.076 euro per patiënt komt dit neer op iets meer dan 3 miljard euro, tegenover een totale uitgave van ongeveer 11,5 miljard euro vandaag.

Uiteraard betekent dit niet dat het volledige verschil zomaar kan worden geschrapt. Er zullen altijd mensen zijn die net boven de strengste statuten vallen en toch bescherming nodig hebben. Evenmin impliceert dit dat het volledige bedrag kan worden bespaard, aangezien ook personen zonder verhoogde tegemoetkoming recht hebben op terugbetaling. Wel is het zo dat door het hogere remgeld dat deze groep betaalt, de overheid aanzienlijk minder tussenkomt.

Deze oefening toont vooral aan dat het huidige systeem te breed is geworden. Die discussie mogen we niet langer uit de weg gaan.

Gezondheidsbudget mag groeien, maar op een houdbaar ritme

Ook de groeinorm moet opnieuw worden bekeken.

De groeinorm bepaalt hoeveel het gezondheidsbudget boven op de index mag stijgen. Vandaag wordt vaak gedaan alsof elke beperking daarvan automatisch een besparing op zorg is. Dat klopt niet.

Het gezondheidsbudget blijft ook zonder bijkomende groeinorm stijgen via de gezondheidsindex en de spilindexmassa. De vraag is dus niet of het budget mag groeien, maar hoeveel automatische extra groei we daarbovenop nog kunnen blijven financieren.

Door de groeinorm voor 2027, 2028 en 2029 op nul te zetten, met behoud van de gezondheidsindex en de spilindexmassa, kan volgens onze oefening ongeveer 3,389 miljard euro aan budgettaire ruimte worden gecreëerd.

Maar een lagere groeinorm alleen volstaat niet. Ze moet gepaard gaan met echte hervormingen: verspilling tegengaan, zorg beter organiseren, digitalisering versterken, preventie verbeteren en middelen gerichter inzetten.

De automatische groei van de uitgaven blijven financieren zonder voldoende hervormingen is niet houdbaar.

Minstens 7,1 miljard euro aan hervormingsruimte

Met een gerichte hervorming van het remgeld, een beter afgebakende verhoogde tegemoetkoming en een beperking van de extra groeinorm kan volgens onze berekeningen minstens 7,1 miljard euro worden bespaard.

Dat totaalbedrag is bewust voorzichtig gehouden. We bouwen marge in voor de maximumfactuur, mogelijke gedragseffecten en mensen die ook buiten de meest kwetsbare statuten bescherming nodig blijven hebben.

Het gaat dus niet om blinde besparingen of om mensen uit de zorg te duwen. Het gaat om middelen beter richten, overconsumptie beperken en de groei van het budget beheersbaar houden.

Bescherm wie kwetsbaar is, maar hervorm wel

Onze gezondheidszorg is een van de grote sterktes van ons land. Ze is breed toegankelijk en solidair. Dat moeten we behouden.

Maar solidariteit betekent niet dat elk systeem onbeperkt kan blijven uitbreiden. Het betekent dat we beschikbare middelen in de eerste plaats inzetten voor wie ze echt nodig heeft.

Daarom pleit ik voor drie duidelijke keuzes:

  • een eenvoudiger en sociaal gecorrigeerd remgeld dat overconsumptie helpt beperken;
  • een verhoogde tegemoetkoming die opnieuw beter gericht wordt op de meest kwetsbare groepen;
  • een gezondheidsbudget dat blijft groeien, maar op een financieel houdbaar ritme en gekoppeld aan echte hervormingen.

Dat zijn geen blinde besparingen. Het zijn keuzes om onze gezondheidszorg ook voor de volgende generaties betaalbaar en toegankelijk te houden.

Geen gemakkelijke facturen, wel moeilijke keuzes

Het is eenvoudig om telkens een nieuwe rekening door te schuiven naar patiënten. Veel moeilijker is het om verouderde systemen te hervormen en middelen beter te richten.

Net die moeilijke keuzes moeten we durven maken.

Bescherm wie echt kwetsbaar is. Vraag een faire bijdrage van wie dat kan dragen. Beperk overconsumptie. En zorg ervoor dat het gezondheidsbudget op een houdbaar ritme blijft groeien.

Dat is de hervorming die onze gezondheidszorg vandaag nodig heeft.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.