Gezondheidswet: onze zorg heeft vertrouwen nodig, geen extra wantrouwen


Deze week vond zowel in de commissie als in de plenaire vergadering de bespreking plaats van het wetsontwerp betreffende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg.

Het gaat om een breed wetsontwerp met verschillende technische bepalingen. Sommige daarvan kunnen we steunen. Zo zijn er maatregelen om bepaalde procedures rond geneesmiddelen te vereenvoudigen, combinatietherapieën beter te regelen en stappen te zetten richting digitalisering.

Maar tegelijk bevat het ontwerp ook keuzes waar wij fundamenteel niet mee akkoord kunnen gaan. Daarom hebben wij uiteindelijk tegen het geheel gestemd.

Voor mij draait dit dossier rond twee grote bezorgdheden: de opeenstapeling van nieuwe heffingen voor de farmaceutische sector en een controlesysteem voor zorgverleners dat te veel vertrekt vanuit wantrouwen.

Nieuwe heffingen voor een sector die al onder druk staat

Een eerste groot probleem is de nieuwe retributie van meer dan 80 miljoen euro voor de farmaceutische sector.

Vroeger bestond er een systeem van clawback. Dat betekende dat de sector moest bijdragen wanneer het geneesmiddelenbudget werd overschreden. Nadien kwam er een claw forward, waarbij de ziekteverzekering vooraf zekerheid kreeg over bepaalde inkomsten als afgesproken besparingen niet werden gerealiseerd.

Daar kon nog begrip voor bestaan. Het was een manier om tijdelijk budgettaire zekerheid in te bouwen.

Maar de regering gaat nu veel verder. Ze voert een nieuwe structurele heffing in zonder duidelijke einddatum. En in België weten we hoe dat gaat: nieuwe belastingen verdwijnen zelden vanzelf.

Dat is bijzonder problematisch. De farmaceutische sector staat vandaag al zwaar onder druk. Internationale hoofdkantoren beslissen steeds kritischer waar ze investeren. België heeft sterke troeven: uitstekende universiteiten, onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen en ervaring met klinische studies. Maar dat volstaat niet meer.

Als procedures traag blijven, de terugbetaling van innovatieve geneesmiddelen moeilijk verloopt en de heffingen blijven toenemen, dan dreigen investeringen steeds vaker naar andere regio’s te verschuiven, zoals de Verenigde Staten of Azië.

Wie zegt dat herindustrialisering belangrijk is, moet ook beseffen dat je sterke sectoren niet telkens opnieuw mag belasten.

Onbeschikbaarheidsbijdrage mist doelgerichtheid

Ook de zogenaamde onbeschikbaarheidsbijdrage blijft voor ons problematisch.

Iedereen is het erover eens dat patiënten niet mogen opdraaien voor de meerkost wanneer een essentieel geneesmiddel niet beschikbaar is. Maar de manier waarop de regering dat wil oplossen, is niet correct.

De bijdrage wordt opgelegd zonder rekening te houden met de oorzaak van de onbeschikbaarheid. Nochtans kunnen geneesmiddelentekorten het gevolg zijn van internationale productieproblemen, logistieke problemen of beslissingen waar een individueel bedrijf niet altijd verantwoordelijk voor is.

Toch dreigt de sector in zijn geheel opnieuw te moeten betalen.

Er lag een alternatief voorstel van de sector op tafel, dat meer gericht, proportioneel en gebaseerd was op individuele responsabilisering. Na de uitleg van de minister blijven wij echter weinig gerustgesteld dat zo’n evenwichtiger systeem er in 2027 effectief zal komen.

Daarom hebben wij amendementen ingediend om zowel de structurele retributie als de onbeschikbaarheidsbijdrage te schrappen.

Controle op zorgverleners: nodig, maar niet op deze manier

Het meest fundamentele bezwaar blijft voor ons het nieuwe controlesysteem rond zorgverleners.

Controle op fraude en misbruik is nodig. De middelen van de ziekteverzekering moeten correct worden gebruikt. Maar de vraag is hoe je controle organiseert.

In het ontwerp krijgen mutualiteiten de mogelijkheid om aan het Intermutualistisch Agentschap, het IMA, te vragen om gegevens van zorgverleners te analyseren. Op basis van die data kan een profiel worden opgesteld van artsen, tandartsen of andere zorgverleners die statistisch afwijken.

Dat klinkt misschien technisch, maar de gevolgen kunnen groot zijn.

Een zorgverlener kan afwijken van het gemiddelde omdat hij veel oudere patiënten heeft, omdat hij werkt in een regio met meer chronische aandoeningen, omdat hij veel complexe dossiers behandelt of omdat hij in een bepaald domein bijzondere expertise heeft opgebouwd. Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van fraude of misbruik.

Toch dreigt zo’n profiel de zorgverlener meteen in een verdachte positie te plaatsen.

Zorgverleners mogen niet zelf hun onschuld moeten bewijzen

Tijdens de tweede lezing bleek opnieuw hoe gevoelig dit ligt.

De minister stelt dat outliers, dus zorgverleners die afwijken van het gemiddelde, hun situatie kunnen weerleggen. Maar dat betekent in de praktijk dat de zorgverlener zelf moet aantonen dat hij of zij niets verkeerd heeft gedaan.

Dat is de wereld op zijn kop.

Het is niet aan zorgverleners om hun onschuld te bewijzen omdat een databestand hen afwijkend noemt. Het is aan de overheid om een correct, proportioneel en rechtvaardig controlesysteem te organiseren.

Artsen, verpleegkundigen, tandartsen en andere zorgverleners voelen vandaag al dat er steeds meer controlemechanismen bijkomen. Na de kaderwet en andere hervormingen is het vertrouwen tussen beleid en zorgverleners ernstig beschadigd. Elke nieuwe maatregel die vertrekt vanuit wantrouwen maakt die kloof groter.

Drempelwaarden dreigen wachtlijsten nog langer te maken

Een bijkomende bezorgdheid is de mogelijke invoering van drempelwaarden.

Als zorgverleners worden afgerekend op het aantal prestaties, consultaties of voorschriften, bestaat het risico dat wie veel werkt, net wordt geviseerd. Maar in een zorgsysteem met wachtlijsten, personeelstekorten en een vergrijzende bevolking hebben we net mensen nodig die veel zorg kunnen opnemen.

We hebben vandaag al te weinig zorgverleners. De zorgvraag zal de komende jaren alleen maar toenemen. Meer chronisch zieken, meer complexe aandoeningen en een vergrijzende bevolking zullen de druk verder verhogen.

In die context is het absurd om zorgverleners te ontmoedigen om meer te doen.

Wie te hard werkt, mag niet automatisch als verdacht worden beschouwd. Anders riskeren we dat zorgverleners minder doen, vroeger stoppen of zelfs elders aan de slag gaan. De patiënt zal daar uiteindelijk de prijs voor betalen.

Ons hoofdamendement: hoofdstuk 5 schrappen

Daarom hebben wij in hoofdorde een amendement ingediend om het volledige hoofdstuk over dit controlesysteem te schrappen.

Wij willen controle, maar dan op een andere manier: met overleg met zorgverleners, met duidelijke garanties, met onafhankelijke toetsing en met respect voor de context waarin zorg wordt verleend.

Vandaag kan de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV al analyses uitvoeren van voorschrijf- en aanrekengedrag. Die dienst beschikt over expertise en heeft een bestuursorgaan dat wordt voorgezeten door een magistraat. Dat biedt minstens meer waarborgen dan een systeem waarbij profielen breed worden gedeeld met verzekeringsinstellingen.

Controle moet gericht zijn op echte fraude en misbruik, niet op het creëren van een algemeen klimaat van verdachtmaking.

Ondergeschikte amendementen: minstens meer bescherming voor zorgverleners

Concreet willen wij dat de resultaten van de IMA-analyse niet worden doorgestuurd naar alle verzekeringsinstellingen, maar enkel naar de bevoegde controledienst. De rol van de mutualiteiten moet beperkt blijven tot het vragen van een analyse, niet tot het verder verwerken en verspreiden van profielen.

Daarnaast willen wij dat de betrokken zorgverlener automatisch wordt geïnformeerd wanneer een analyse wordt gevraagd en wanneer de resultaten beschikbaar zijn. Een zorgverlener moet niet zelf moeten vragen naar de motivering. Die informatie moet vanzelf worden meegedeeld, zodat hij of zij zich op voet van gelijkheid kan verdedigen.

Ook willen we dat resultaatsbestanden onmiddellijk worden verwijderd wanneer blijkt dat er geen fout is gemaakt. Het is onaanvaardbaar dat gegevens tot tien jaar worden bijgehouden wanneer er uiteindelijk geen enkele maatregel volgt.

Ten slotte stellen we voor dat het Rekenhof om de twee jaar evalueert hoe dit systeem wordt toegepast. Daarbij moet onder meer worden nagegaan of de motivering van de aanvragen correct is, welke criteria en algoritmes worden gebruikt, hoe het verweer van de zorgverlener wordt behandeld en hoeveel profielen achteraf vals positief blijken te zijn.

De meerderheid stemde uiteindelijk al onze amendementen weg. 

Snellere procedures ja, blind wantrouwen nee

Wij zijn niet tegen hervorming. Integendeel.

Onze gezondheidszorg heeft dringend nood aan modernisering. Procedures voor innovatieve geneesmiddelen moeten sneller. Digitalisering moet beter. De productiviteit van de zorg moet omhoog. Zorgverleners moeten meer tijd krijgen voor patiënten en minder tijd verliezen aan administratie.

Maar hervormen is iets anders dan controleren vanuit wantrouwen.

Wij moeten zorgverleners motiveren, ondersteunen en correct behandelen. Niet telkens nieuwe mechanismen bouwen waardoor zij zich aangeschoten wild voelen.

Onze zorg staat voor grote uitdagingen: vergrijzing, wachtlijsten, personeelstekorten en stijgende noden. Die los je niet op door artsen, tandartsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners het gevoel te geven dat ze bij voorbaat verdacht zijn.

Daarom blijven wij pleiten voor een gezondheidsbeleid dat vertrekt van vertrouwen, transparantie en verantwoordelijkheid.

Controle op fraude is nodig. Maar een schrikbewind tegenover zorgverleners is dat niet.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.