Deze week heb ik minister Vandenbroucke in de plenaire vergadering geïnterpelleerd over een problematiek die mij bijzonder zorgen baart: buitenlandse artsen die in hun land van oorsprong geschorst, geschrapt of veroordeeld werden, maar toch zonder problemen in België kunnen blijven werken.
Een interpellatie is één van de sterkste parlementaire instrumenten waarmee een parlementslid een minister ter verantwoording kan roepen over een belangrijk beleidsprobleem.
Het is bovendien niet de eerste keer dat ik dit dossier aankaart. Reeds in december 2025 heb ik hierover vragen gesteld aan de minister nadat duidelijk werd dat België Europese waarschuwingen over gesanctioneerde zorgverleners onvoldoende opvolgt. Ondanks die eerdere waarschuwingen blijven nieuwe dossiers opduiken.
Aanleiding voor mijn interpellatie waren nieuwe onthullingen van De Tijd, Le Monde, France 2 en OCCRP waaruit blijkt dat meerdere artsen die in Frankrijk zware sancties kregen, toch actief bleven in Belgische ziekenhuizen en zorginstellingen. Nochtans waren de Belgische autoriteiten hierover gewaarschuwd via het Europese waarschuwingssysteem IMI.
Voor mij is de kern van de zaak eenvoudig: patiënten mogen niet afhankelijk zijn van journalistiek speurwerk om beschermd te worden.
Een waarschuwingssysteem dat onvoldoende wordt opgevolgd
Het Europese Internal Market Information System (IMI) werd opgericht zodat lidstaten elkaar kunnen waarschuwen wanneer een zorgverlener een zware tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sanctie krijgt opgelegd.
Het gaat bijvoorbeeld over:
- beroepsverboden;
- schorsingen;
- schrappingen uit de artsenorde;
- veroordelingen voor ernstige feiten.
Wanneer zo'n sanctie wordt uitgesproken, kunnen andere landen maatregelen nemen om hun patiënten te beschermen.
Het probleem is dat België die waarschuwingen onvoldoende opvolgt. Jaarlijks komen duizenden IMI-berichten binnen, maar die worden niet systematisch geopend of verwerkt. Bovendien bestaat er geen automatische koppeling tussen het IMI-systeem en de databanken van de FOD Volksgezondheid, het RIZIV of de Orde der Artsen.
Andere landen tonen dat het wél kan
Wat deze situatie nog problematischer maakt, is dat verschillende andere Europese landen de waarschuwingen wel actief opvolgen.
Spanje opent 96% van de IMI-waarschuwingen, Nederland 94%, Ierland 89%, Italië 85% en Duitsland 83%.
België bengelt helemaal achteraan het peloton. Volgens de cijfers die eerder aan het licht kwamen, wordt in ons land slechts ongeveer 10% van de IMI-waarschuwingen geopend. Met andere woorden: ongeveer negen op de tien waarschuwingen worden niet bekeken.
Dat is bijzonder verontrustend wanneer het gaat over zorgverleners die mogelijk een risico vormen voor patiënten.
Deze cijfers tonen aan dat het probleem niet bij het Europese systeem zelf ligt. Andere landen bewijzen dat een actieve opvolging perfect mogelijk is. De vraag is dus waarom België daar niet in slaagt.
Confronterende voorbeelden
De recente onderzoeksjournalistiek bracht verschillende schrijnende dossiers aan het licht.
Zo kon een Franse cardioloog die veroordeeld werd voor seksuele agressie tegen patiëntes toch actief blijven in Belgische ziekenhuizen. Ook een huisarts met een levenslang beroepsverbod wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag bleef in België werkzaam.
Daarnaast waren er gevallen van artsen die gesanctioneerd werden na ernstige medische fouten of fraude, maar hier toch hun activiteiten konden verderzetten.
Dat zijn geen administratieve details. Het gaat over de veiligheid van patiënten.
Minister erkent zelf dat het systeem tekortschiet
Tijdens mijn interpellatie erkende minister Vandenbroucke dat het IMI-systeem vandaag omslachtig werkt.
Volgens de minister moeten waarschuwingen momenteel manueel geopend en vergeleken worden met nationale databanken. Hij kondigde bijkomende capaciteit aan binnen de administratie en overleg met landen die het systeem beter gebruiken, zoals Noorwegen.
Dat de minister de problemen erkent, is positief. Maar voor mij komt die reactie bijzonder laat.
We kaarten deze problematiek niet sinds gisteren aan. Reeds in december 2025 hebben we hierover vragen gesteld in het parlement en gewezen op de risico's voor de patiëntveiligheid.
Ondertussen zijn we meer dan een half jaar verder en blijven nieuwe dossiers opduiken van gesanctioneerde artsen die in België actief konden blijven. Wanneer het zo lang duurt vooraleer structurele verbeteringen worden aangekondigd, dan mag de vraag gesteld worden waarom er niet sneller werd ingegrepen.
De kwaliteitswet alleen volstaat niet
Recent werd de kwaliteitswet aangepast zodat buitenlandse sancties ook in België kunnen worden uitgevoerd.
Dat is een stap vooruit, maar die maatregel werkt alleen wanneer de Belgische autoriteiten effectief weten dat er een sanctie bestaat.
Een beroepsverbod kan immers niet worden uitgevoerd wanneer de waarschuwing nooit wordt gelezen.
Daarom heb ik de minister tijdens mijn interpellatie gevraagd welke concrete verbeteringen ondertussen zijn doorgevoerd en welke stappen worden gezet om IMI-waarschuwingen systematisch te controleren en te koppelen aan de bestaande databanken.
België telt steeds meer buitenlandse zorgverleners
België doet steeds vaker een beroep op buitenlandse zorgverleners om tekorten in onze gezondheidszorg op te vangen. Dat is op zich geen probleem. Integendeel, duizenden buitenlandse artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners leveren elke dag uitstekend werk in onze ziekenhuizen, woonzorgcentra en huisartsenpraktijken.
Net daarom is het zo belangrijk dat het controlesysteem sluitend werkt.
Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat iedereen die in België als zorgverlener actief is, voldoet aan dezelfde kwaliteits- en veiligheidsnormen. Wanneer zorgverleners in een ander Europees land zware tuchtrechtelijke sancties, schorsingen of beroepsverboden oplopen, dan moeten die signalen ook hier ernstig genomen worden.
Voor mij gaat dit dossier dan ook niet over nationaliteit of afkomst. Het gaat over vertrouwen in ons gezondheidszorgsysteem en over de garantie dat wie patiënten behandelt, ook daadwerkelijk aan de hoogste professionele normen voldoet.
Patiëntveiligheid moet voorrang krijgen
Ik ben tevreden dat de minister eindelijk bijkomende stappen aankondigt, maar voor mij blijft de conclusie dezelfde: too little, too late.
De problematiek is al geruime tijd bekend. Toch moesten eerst verschillende mediaberichten en onderzoeksjournalisten aan de alarmbel trekken vooraleer er beweging kwam.
Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat artsen die elders in Europa zware sancties kregen, niet ongemerkt opnieuw aan de slag kunnen gaan in ons land.
Dat vraagt geen nieuwe schandalen, maar een systeem dat waarschuwingen tijdig leest, correct verwerkt en waar nodig onmiddellijk ingrijpt.
Dat moet de norm zijn in een gezondheidszorg die de patiënt centraal zet.








