Deze week heb ik minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke in de commissie Mobiliteit opnieuw bevraagd over de toenemende vlieghinder boven Lennik, Dilbeek en de Brusselse Rand.
Aanleiding zijn de steeds grotere bezorgdheden van inwoners over het gebruik van landingsbaan 07L en de aanhoudende onduidelijkheid over de toepassing van de windnormen, ministeriële instructies en vliegroutes rond Brussels Airport.
Laat mij daarbij duidelijk zijn: niemand betwist het belang van Brussels Airport. De luchthaven is een belangrijke economische motor voor ons land en zorgt voor duizenden jobs. Ook voor de Vlaamse Rand speelt zij een belangrijke rol.
Net daarom is het belangrijk dat het debat eerlijk wordt gevoerd. Het gaat niet over de vraag of de luchthaven al dan niet moet bestaan. Het gaat over de vraag hoe de hinder op een rechtvaardige manier wordt beheerd en verdeeld, met respect voor de leefkwaliteit van de omwonenden.
Tijdens het debat viel vooral op hoe sterk de minister blijft verwijzen naar technische argumenten. Veiligheid, weersomstandigheden, operationele procedures en de rol van skeyes komen telkens opnieuw terug in de uitleg.
Uiteraard staat veiligheid altijd voorop. Niemand betwist dat.
Maar veiligheid kan niet het antwoord zijn op elke vraag. Onder het mom van veiligheid kan men niet alle keuzes rond vliegroutes blijven verantwoorden zonder politieke verantwoordelijkheid te nemen.
De cijfers roepen immers steeds meer vragen op.
In de eerste vijf maanden van dit jaar waren er al 6.372 landingen op baan 07L. Dat zijn er meer dan tijdens heel 2025 en bijna dubbel zoveel als tijdens heel 2024. Voor de inwoners van Lennik, Dilbeek, Itterbeek, Sint-Anna-Pede en verschillende Brusselse gemeenten betekent dat een zeer voelbare toename van de overlast.
Wanneer een baan die oorspronkelijk niet als preferentiële route wordt beschouwd plots zo vaak wordt gebruikt, dan mag de vraag gesteld worden waarom dat gebeurt.
Die vraag wordt des te relevanter wanneer we kijken naar de juridische procedures rond landingsbaan 01.
Minister Crucke bevestigde namelijk dat de Belgische Staat inmiddels meer dan 9,2 miljoen euro aan schadevergoedingen en intresten heeft betaald aan omwonenden uit de oostrand van Brussel naar aanleiding van een veroordeling over het gebruik van baan 01. Tegelijk lopen er nog procedures over mogelijke dwangsommen.
De minister benadrukt dat juridische procedures geen invloed mogen hebben op het huidige baangebruik. Maar voor veel inwoners rijst toch de vraag of de hinder niet gewoon wordt verschoven van de ene regio naar de andere.
Ook op het vlak van transparantie blijven er problemen bestaan.
De minister erkende zelf dat de communicatie over nachtvluchten en baangebruik niet altijd als voldoende duidelijk wordt ervaren door omwonenden en lokale besturen. Hij kondigde daarom bijkomende maatregelen aan om de informatieverstrekking te verbeteren.
Dat is positief, maar onvoldoende.
Mensen hebben nood aan meer dan betere communicatie. Ze hebben nood aan duidelijkheid over de keuzes die worden gemaakt en over de impact daarvan op hun leefomgeving.
Voor mij blijft één vraag centraal staan: wie neemt vandaag de politieke verantwoordelijkheid voor deze keuzes?
De minister kan zich niet blijven verschuilen achter skeyes of achter technische procedures. De vliegroutes rond Brussels Airport hebben een directe impact op de nachtrust, gezondheid en leefkwaliteit van duizenden mensen.
Daarom blijf ik aandringen op volledige transparantie over de ministeriële instructies, de toepassing van de windnormen en de redenen waarom baan 07L vandaag zo uitzonderlijk vaak wordt gebruikt.
De inwoners van de Brusselse Rand hebben recht op duidelijke antwoorden. En vooral: op beleidskeuzes die eerlijk en verantwoord worden genomen.








