Nieuwe gezondheidswet: technische aanpassingen moeten helder en transparant blijven


Deze week werd in de commissie Gezondheid een nieuw wetsontwerp van minister Vandenbroucke met diverse bepalingen inzake gezondheidszorg besproken.

Het gaat opnieuw om een breed ontwerp met heel wat verschillende maatregelen. Sommige bepalingen zijn erg technisch, maar ze hebben wel impact op de organisatie van onze gezondheidszorg, de werking van zorgberoepen en de manier waarop beslissingen in de zorg worden genomen.

Onze houding is genuanceerd. Veel technische aanpassingen kunnen we steunen. Regelgeving moet mee evolueren met de praktijk. Maar waar bepalingen onvoldoende duidelijk zijn of waar transparantie wordt verminderd, blijven er belangrijke vragen.

Aanpassingen aan overleg tussen artsen en ziekenhuizen

Het wetsontwerp wijzigt onder meer de werking van de Nationale Paritaire Commissie Artsen-Ziekenhuizen.

Die commissie speelt een rol in het overleg tussen artsen en ziekenhuizen en kan ook tussenkomen bij geschillen. Vandaag kan de commissie daarvoor een bestendig bureau of commissies ad hoc oprichten. De samenstelling daarvan wordt nu versoepeld: in plaats van de helft van de leden zullen twee leden van elke groep volstaan.

Ook de aanduiding van de secretaris en adjunct-secretaris wordt aangepast. Die zullen voortaan worden vervangen door ambtenaren die door de FOD Volksgezondheid worden aangeduid. Daarnaast wordt de termijn van de leden verlengd van drie naar zes jaar.

Dat zijn vooral organisatorische aanpassingen. Voor ons kunnen die op zich worden gesteund, zolang de evenwichten in het overleg tussen artsen en ziekenhuizen behouden blijven.

Wat betekenen “erkende netwerken van huisartsen”?

Een tweede onderdeel gaat over de terminologie in de wetgeving rond huisartsen.

De bestaande term “functionele samenwerkingsverbanden” wordt vervangen door “erkende netwerken van huisartsen”. Dat lijkt op het eerste gezicht een technische wijziging, maar het is belangrijk dat duidelijk wordt wat dit precies betekent.

Gaat het enkel om een nieuwe naam? Of krijgt het concept ook inhoudelijk een andere invulling?

Die vraag is niet onbelangrijk. Huisartsen staan vandaag al onder grote druk. De organisatie van de eerste lijn moet eenvoudiger en sterker worden, niet onduidelijker. Als nieuwe begrippen worden ingevoerd, moet voor huisartsen helder zijn welke gevolgen dat heeft voor hun werking, permanentie en samenwerking.

Bevoegdheden van kinesitherapeuten worden aangepast

Het ontwerp past ook de bevoegdheden van kinesitherapeuten aan de realiteit van vandaag aan.

Dat is op zich positief. De kinesitherapie is de voorbije jaren sterk geëvolueerd en speelt een belangrijke rol in revalidatie, preventie en chronische zorg. Het is logisch dat de wetgeving mee evolueert met de praktijk.

Ook de samenstelling van de Federale Raad voor Kinesitherapie wordt aangepast. Het aantal artsen in die raad wordt verminderd van vier naar twee. Daarnaast kan elke gemeenschap een ambtenaar met raadgevende stem voordragen.

Daarbij blijven wel vragen bestaan. Waarom wordt het aantal artsen precies verminderd? En hoe wordt ervoor gezorgd dat de samenwerking tussen artsen en kinesitherapeuten voldoende sterk blijft?

Minder transparantie bij afwijking van adviezen

Een belangrijker bezwaar gaat over de transparantie.

Wanneer de minister vandaag afwijkt van het advies van de Federale Raad voor Kinesitherapie, moet dat advies samen met het verslag aan de Koning en de motivatie van de afwijking worden bekendgemaakt. Die bekendmaking wordt nu geschrapt.

Dat vinden wij geen goede evolutie.

Adviezen van professionele raden zijn belangrijk. Ze zorgen ervoor dat beslissingen niet alleen politiek worden genomen, maar ook worden getoetst aan de praktijk en aan de expertise van het terrein.

Als een minister afwijkt van zo’n advies, moet dat duidelijk worden gemotiveerd en zichtbaar blijven. Transparantie is geen overbodige formaliteit. Het is een waarborg voor zorgvuldig bestuur.

Verpleegkundigen, vroedvrouwen en apothekers

Het wetsontwerp bevat ook bepalingen over verpleegkundigen en vroedvrouwen.

De Koning kan bepalen welke geneesmiddelen verpleegkundigen autonoom mogen voorschrijven. Ook voor vroedvrouwen gaat het over geneesmiddelen in het kader van normale zwangerschappen, normale bevallingen en de zorg voor gezonde pasgeborenen.

Nieuw is dat ook het advies van de Federale Raad voor de Apothekers wordt toegevoegd.

Overleg is belangrijk wanneer het gaat over geneesmiddelen. Tegelijk moet de vraag gesteld worden waarom precies deze bijkomende advieslaag nodig is en hoe dit de procedures zal beïnvloeden.

De uitbreiding of verduidelijking van bevoegdheden kan nuttig zijn, maar mag niet leiden tot onnodige vertraging of bijkomende complexiteit.

Aanpassing van sancties aan het nieuwe Strafwetboek

Een groot deel van het wetsontwerp gaat over de aanpassing van strafbepalingen in verschillende gezondheidswetten.

Het gaat onder meer over wetgeving rond gezondheidscrisissen, dringende geneeskundige hulpverlening, patiëntenrechten, embryo-onderzoek, automatische externe defibrillatoren, ziekenhuizen, esthetische geneeskunde, gezondheidszorgberoepen en kwaliteitsvolle praktijkvoering.

Die sancties worden aangepast aan het omzettingsmechanisme van het nieuwe Strafwetboek.

Dit is vooral een technische oefening. Het is logisch dat bestaande gezondheidswetgeving wordt afgestemd op het nieuwe strafrechtelijke kader. Daartegen hebben wij geen fundamenteel bezwaar.

Moratorium op bepaalde ziekenhuisbedden

Het ontwerp bevat ook een moratorium op bepaalde ziekenhuisbedden.

Het gaat onder meer over bedden met kenletter A, voor neuropsychiatrische observatie en behandeling, en bedden met kenletter Sp, voor gespecialiseerde behandeling en revalidatie. Het moratorium geldt voor algemene en psychiatrische ziekenhuizen.

Volgens de toelichting moet dit passen binnen de hervorming van het ziekenhuislandschap. Toch blijven er vragen.

Waarom worden precies deze bedden geviseerd? Wat is het risico dat men wil vermijden? En welke impact heeft dit moratorium op ziekenhuizen die willen reorganiseren, samenwerken of intern reconverteren?

De tekst laat bovendien ruimte voor verschillende data van inwerkingtreding en voor mogelijke verschuivingen tussen ziekenhuizen. Dat moet duidelijk worden uitgelegd. Ziekenhuizen hebben rechtszekerheid nodig, zeker op een moment waarop het ziekenhuislandschap volop in beweging is.

Regelgeving moet mee evolueren, maar niet ten koste van duidelijkheid

Voor mij is de conclusie duidelijk.

Veel bepalingen in dit wetsontwerp zijn technisch en kunnen worden gesteund. Het is goed dat wetgeving wordt aangepast aan de praktijk, dat overlegorganen efficiënter kunnen werken en dat bepalingen worden afgestemd op nieuwe juridische kaders.

Maar technische wetgeving mag geen excuus zijn voor onduidelijkheid of minder transparantie.

Wanneer nieuwe begrippen worden ingevoerd, zoals erkende netwerken van huisartsen, moet duidelijk zijn wat ze betekenen. Wanneer bevoegdheden van zorgberoepen wijzigen, moet dat gebeuren met respect voor overleg en samenwerking. En wanneer de minister afwijkt van adviezen van professionele raden, moet dat transparant blijven.

Gezondheidszorg is te belangrijk om hervormingen te verstoppen in technische bepalingen. Ook bij technische wetsontwerpen moeten parlement en zorgverleners goed kunnen begrijpen wat er verandert en waarom.

Meest Recente Posts

Blijf of de hoogte!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

blog

In de kijker

Brusselse werkzoekenden kiezen zelf of ze job aanvaarden in Vlaams-Brabant: dit moet veranderen!
Technische dienst Lennik verhuist naar gebouw van De Watergroep in Eizeringen
Lennik verbruikt 36% minder gas door energiebesparende maatregelen

contact

Hoe kan ik je helpen?

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Contacteer mij gerust.